voorstelling

In dit blogje deze keer geen handwerkjes.

M’n zoon, Wessel, is onder andere slagwerker bij Brassband Soli Brass in Leeuwarden.


Deze band organiseerde gisteren een concert speciaal voor kinderen.
‘Soli Brass en de tijdmachine’.
Naast dat schoondochter Julia een grote stem had in de totstandkoming van dit stuk, speelde ze ook de hoofdrol!


Mijn (stief)kleindochter Tess genoot erg van de voorstelling. Ze ging helemaal op in het verhaal. Ook vond Tess alle instrumenten heel interessant, vooral het slagwerk.


Na afloop liep ze gelijk naar Julia en Wessel. Ze vond het geweldig dat Wessel haar het slagwerk liet zien. Zo leuk!

Advertenties

beurs

En zo reed ik gisteren naar Zwolle, naar de handwerkbeurs. Hoe dichter ik bij de IJsselhallen kwam hoe drukker het werd. Alleen al een file om het parkeerterrein op te komen. Niet veel later was dat enorme parkeerterrein zelfs vol!
Ook op de beursvloer was het erg druk en warm.

Ik had een boodschappenlijstje met twee items: rondbreinaald 2.25 en 2.50. Die haalde ik bij Dico, de eerste kraam van de beurs.

Wat ik wel wat jammer vond is dat op veel kramen het zelfde garen werd aangeboden:  Effen sokkengaren. Onlangs verschenen er twee boeken met sok-patronen gebreid van dit garen. Het is op dit moment erg populair vandaar dat ik overal dit garen zag, deze sokken en deze boeken.
Ik houd het vooralsnog bij mijn eigen vertrouwde sokkengaren merken. Natuurlijk ben ik wel erg benieuwd hoe dit garen, Lang Yarns Jawoll Superwash, zich houdt met dragen & in de was. Want wanneer je een klosje stopgaren bij je bolletje krijgt, geeft dat me niet meteen de bevestiging van sterk sokkengaren…

Wat ik leuk vind van deze beurs is dat bijvoorbeeld borduren, quilten en naaien ook ruim vertegenwoordigd zijn. Ik kan, al struinend over de beursvloer, inspiratie opdoen.
Mijn buit dit jaar:

De twee rondbreinaalden en, ik kon het niet laten, een Zauberball! Afgelopen december zou ik al een paar sokken voor dochterlief breien. Het kwam er niet van. Nu zag ik deze bol: echt iets voor haar! Dus die mocht mee naar huis.

Natuurlijk heb ik een missie: ‘eerst-op-breien-wat-ik-heb’ maar daar moet je niet te spastisch mee om gaan. Eén bolletje mag dan best. Gewoon omdat ik daar blij van word. Gewoon omdat het kan. Gewoon omdat ik al zo goed bezig ben met deze opdracht.
Net als bij afvallen & diëten: wanneer je te streng bent voor jezelf dan hou je het never nooit niet vol!

Ik echt kan genieten van zo’n dagje beurs, voor mij als wandelen in een enorme snoepwinkel. Alles bekijk ik op mijn eigen tempo. Hier en daar een praatje.
Ik raak niet uitgekeken wanneer ik, genietend van mijn bakje koffie en mijn (zelf-meegebrachte-) broodje eet, al die dames zie, die ook zo blij worden van al het moois.

Ik kijk nu alweer uit naar het volgende evenement. De Nederlandse Breidagen in Groningen begin mei.


Maar na al die drukte was het in het bos weer heerlijk rustig, even mijn hoofd leeg maken. Ruis eruit! Fijn om de natuur dan zo dicht bij te hebben.


Goed weekend!

toe-up & cuff-down II

Tot nu toe heb ik sokken alleen vanaf de boord naar de teen (cuff-down) gebreid. In mijn blog van 8 februari vertelde ik dat ik sokken ook graag met de teen-eerst-methode (toe-up) wil leren breien.
Dus ik aan de slag. Ik heb wat zitten prutsen om Judy’s-magische-opzet onder de knie te krijgen. Na een onderzoekje op het World Wide Web vond ik deze teenopzet namelijk het mooist.


Het boekje*, wat ik gebruik, gaf wel een idee hoe het moet maar via you-tube-filmpjes kreeg ik net iets meer zicht op het, voor mijn gevoel onlogische gedraai, van de draadden bij de opzet.
Uiteindelijk had ik de slag te pakken en 24 steken op de naaldjes staan. En dan, in een split second, heb ik géén idee meer hoe ik dat nu precies deed…

Eigenlijk zou je dan zo die 24 steken van de pennen af moeten halen en het opnieuw doen, zo vaak dat het je eigen wordt. Ok, die opzet is deeltje 1. Dan begint de eigenlijke teen, met meerderen. Normaal éindig ik bij de teen en mínder ik dus. Volledig geroutineerd kan ik bij wijze blindelings er een eind aan breien.
Dit is andere koek. Want hoe doe je nu een rechts- of een linksvallende meerdering. Ja, het staat geschreven op pagina 6 van mijn boekje maar dan is het nog wel een dingetje hoor. En ik ben dan ook zo’n troela die pas tevreden is wanneer de teen er net zo keurig uitziet als op het plaatje.

Ik ben er dus wel even zoet mee. Bovendien ben ik er nog niet uit of ik doorga op mijn DPN’s (double pointed needles), sokkennaaldjes, of toch over ga op een rondbreinaald. Het beginnetje, de eerste toeren zijn best wel een gepruts met mijn DPN’s, maar misschien is dat ook wel gewoon even wennen.


 Om toch een werkje op de pennen te hebben wat ik zó op kan pakken en mee kan nemen heb ik een sok opgezet met garen van Regia Pairfect. Dit garen is ontworpen om cuff-down te breien.

De gele stukken in de bol zijn de markering om sok twee te maken voor twee precies dezelfde sokken. Ik had deze bol nog in mijn voorraad. Al twee keer eerder gebruikte ik soortgelijk garen.
Erg gemakkelijk: je hoeft niet na te denken om twee gelijke sokken te krijgen.

Ter afsluiting van deze blog even een paar foto’s van ons vriendje Chiqo.


* Boekje: Sokken van teen tot boord van Jo An Luijken en Marlies Hoogland

tja…

Een aantal dagen terug liepen wij, hond en ik, zo ons dagelijkse rondje. Voor het hek van het bos stonden drie vrouwen. Toen ik dichter bij kwam zag ik dat ze in een driehoek  stonden met de ogen dicht. Chiqo was inmiddels al om de drie heen gelopen en stond achter het hek op me te wachten. Ik deed ook een poging om stilletjes om de dames heen te lopen. Ik wilde ze niet storen. Eén van de vrouwen deed wel even haar ogen open en glimlachte naar me. Natuurlijk hadden alle drie ons wel gehoord, het ritstelt nogal wanneer je in het bos loopt. Maar waarom gaan ze dan ook midden in de doorgang staan van het bos? Waarschijnlijk voelde die plek het beste aan of zo.

Eén van de dames had een hesje aan met Mind Ful Walk. Zou deze vrouw bang zijn dat haar twee deelnemers anders vergeten waar het om gaat bij deze wandeling? Van mij mag iedereen overal mediteren of een bodyscan doen, echt, maar met zo’n bedrukt blauw hesje… Voor €695 en drie dagdelen mag je zo’n hesje aan en je ‘mind ful walk coach’ noemen. En dan mag jij met je deelnemers voor het hek gaan staan met de ogen dicht. (Voor €75 per uur per deelnemer.)

Het woord coach wekt, net als dat hesje trouwens, veel kriebels bij mij op.
Tegenwoordig zijn de lifecoach en de personalcoach erg populair. Er is ook een wildgroei aan allerlei cursussen: Een paar uurtjes investeren en heel wat euro’s lichter en je mag jezelf dan coach noemen. Maar je hóeft niet eens een cursus te volgen, iedereen mag een bordje naast de voordeur hangen met coach.

Begrijp me goed (I), ik bent vóór wandelen en helemaal als je dit met volledige aandacht doet, prima! Ik weet hoe goed wandelen is voor mijn fysieke en mentale herstel. Maar daar heb ik geen coach voor nodig en helemaal niet á €75,– per uur. En begrijp me goed (II), er zijn ook goede coaches die gewoon gestudeerd hebben en een stukje meelopen op het levenspad van de medemens.

Mijn bezorgdheid is juist dat mensen die kwetsbaar zijn en zoekende aankloppen bij zo’n coach die hen dan een rozentuin belooft. Mensen geven al hun vertrouwen & euro’s in handen van degene. Denkend dat daarmee hun leven louter gelukkig, blijmoedig en happy zal worden.

Helaas, dit is de Aarde. Ieder mens krijgt in zijn leven te maken met verdriet, ziektes en andere lastige dingen, that’s live. Narigheid overkomt ons nu eenmaal, soms gewoon als domme pech. Er is geen methodiek of coach die dit ongedaan kan maken, helaas.
Als we in ons leven louter en alleen gelukkig konden zijn dan heette het hier wel de Hemel.

Blik op het Oostelijk halfrond met India (midden), het Arabisch Schiereiland (Saoedi-Arabië) en Afrika (links), Europa (linksboven), de Indische Oceaan (onder), Australië (rechtsonder) en Azië (boven en rechts).(foto: nasa)
Ik ben over de helft van mijn leven en geloof me, het leven is niet maakbaar.
Het leven overkomt je echter ook niet. Het zit er ergens tussenin.

De taak die we onszelf moeten stellen is niet
om onszelf veilig te voelen, maar om onzekerheid te verdragen.
Amen.
(E. Fromm)

 

toe-up & cuff-down


De sokken voor Janlief zijn klaar. Garen: Noorse sokkenwol van Scheepjes, 3 mm naaldjes. Ik had van het garen al een paar peutersokjes voor Kyan gebreid.
Eerst twijfelde ik of ik nog wel genoeg garen zou hebben voor een paar maat 41, maar na de eerste sok wist ik dat dit wel zou lukken. Optimistisch dacht ik dat ik óók nog wel nóg een paar peutersokjes eruit zou kunnen halen.
Dat laatste lukte niet, ik had 26 gram garen over. Peutersokjes = 36 gram.


Zonde van die 26 gram. Had ik dat garen in Jan zijn sokken gebruikt dan waren de boorden net iets langer geworden. Net wat fijner!

Sokken kan je op twee manieren breien:
‘Cuff down’ – van de boord omlaag én ‘toe up’ – van de teen omhoog.
Het grote voordeel van ‘toe up’ is dat je het beenstuk zo lang kan maken als dat je garen hebt. Bijvoorbeeld een bol van 100 gram dan zou je sok één tot 50 gram op kunnen breien en dan weet je dat je voor sok twee ook voldoende garen hebt.
In bovenstaand geval, die sokken van Jan, was dit het meest praktische geweest, ‘toe up’.


Ik moet & zal dit toch echt een keer leren! Dus garen van ‘Wol met verve’ én dit boekje opgezocht: Let’s go!


Jaren terug kreeg ik van mijn zus dit boekje: ‘Sokken breien van teen tot boord’ samen met twee bolletjes sokkengaren van 50 gram. Zo lief! Zo lang geleden al! Maar ach zeg: Men is nooit te oud om iets nieuws te leren!
Mijn zus zelf breit niet anders dan ‘toe up’ maar dan ook nog op de rondbreinaald én twee sokken tegelijkertijd. Zo ver ben ik nog niet.
Hier een voorbeeld van haar breisel:


O, echt ik heb verschillende keren geprobeerd het te leren: ‘Toe up’. De teen lukte me nog wel maar bij de hak haakte ik af.
Wanneer ik uit mijn hoofd, puur routinematig en als vanzelf sokken brei op de ‘cuff down’ manier dan is het lastig om die routine overboord te gooien. Om me vervolgens langzaam en moeizaam een nieuwe techniek eigen te maken.

Zo ging het me indertijd ook met continentaals breien, daarvoor breide ik de sokken op vier lange naalden. Het heeft bij mij dan ook wel een jaar geduurd voordat ik continentaals (draad over linker wijsvinger) kon breien in plaats van de mij vertrouwde Engelse manier (draad over rechter wijsvinger). Steeds weer proberen, om daarna toch weer de op de oude manier verder te gaan. Tot ik er uiteindelijk toch aan kon wennen, die verandering: Sokken continentaals op de kleine sokkennaaldjes. Nu weet ik niet beter meer. Zal het me ook zo gaan met ‘toe up’?

And now for something completely different:
Geen winterweer deze week met temperaturen die bijna de dubbele cijfers raken!

Wie is de mol?
Wáár is de mol volgens Chiqo. Drie hopen op een rij!


Het hondenras Stabij staat bekend als mollenvangers. Nu heeft Chiqo er nog nooit één gevangen, tja hij is dan ook een Stabij-nà! Nét geen Stabij maar een Wetterhoun/Stabij.

Het lijkt wel herfst zoveel wind, tijdens de wandeling hoor je de takken tegen elkaar slaan. Wanneer het nog harder waait ga ik niet naar het bos, dan is het te gevaarlijk met vallend dood hout.


En de schapen grazen maar door. Groen is het gras onder hun pootjes!

k k k k koud!

Gister was het prachtig weer, weinig wind en veel zonneschijn. Nou, dan is het heerlijk om met Chiqo door het bos te struinen.


Maar vandaag… Het is een koude maandag. De miezerregen en harde wind maken het nog onaangenamer. Bah!


Vandaag wat vroeger de kachel ontstoken en samen met de hete koffie zal ik wel weer opwarmen.
Toch zal ik er vandaag nog een keer met Chiqo uit moeten: het lokt me niet aan…
Er zijn soms, heel soms momentjes dat je zou willen dat hij ook gewoon naar de w.c. kon gaan, desnoods op een kattenhondenbak.


Na de sokjes die ik voor Kyan heb gebreid heb ik een paar voor Jan opgezet. Nu ik één sok af heb, weet ik dat ik nóg wel een paar sokjes kan breien voor Kyan. Zoveel garen houd ik nog wel over. Dus ik ben nog wel even zoet met deze Noorse Sokkenwol.
En immers: het jaar 2019 staat in het teken van ‘eerst-op-breien-wat-ik-heb’. Goed bezig dus!

 Onlangs liep ik even bij de Zeeman binnen.
Ik ben fan van hun garen en heb ook al heel wat afgebreid met dit garen.
Lekker goedkoop en ideaal voor allerlei projecten.

Anyway, ik dus langs de Zeeman om even in het nieuwe breiboek bladeren.
Glimlachend bij het patroon van de herenonderbroek. Ik zie Janlief die al dragen!

Eén patroon sprong eruit, een mooie plaid. Grof en met een soort van kabels. Maar nee, ik liet het boek liggen.

Onder het motto (ja, daar is hij weer): ‘eerst-op-breien-wat-ik-heb’ heb ik ook geen garen meegenomen. Ja, dat is moeilijk hoor! Al die mooie kleurtjes waar ik me al een mooi plaid voor dochterlief Jildou van zag breien…

In een stapel winkelmandjes, gewoon naast de damesslips lag hij diep in slaap. Je zou toch zo met dit gevulde mandje naar de kassa gaan!


Later hoorde ik dat deze meneer de hele winkelstraat af struint, zo laat hij bij de schoonheidssalon vast zijn nagels doen. En bij Pet’s place loopt hij zich dan te vergapen aan de goudvisjes! En gelijk heeft die kater!

ommerommelen

‘Dagje-ommerommelen’. Zomaar een leeg dagvakje in mijn agenda. Best wel fijn.
Even een wasje draaien, een bakje koffie doen, wat lezen, wat wandelen met hond, de stofzuiger door de kamer jagen, een broodje eten, nog eens een ommetje maken met hond en natuurlijk m’n breiwerkje oppakken. En straks wat lekkers koken.
Zo’n dagje dus.


Ommerommelen is een Stellingwarfs woord wat zoiets als scharrelen of  aanklungelen betekent. Hier in de Stellingwarven (uiterste zuiden van Fryslân) spreken we Stellingwarfs dialect en niet de Fryske taal. De taalgrens ligt bij de Tsjonger of de Kuunder, de rivier die de grens aangeeft tussen de Stellingwarven en de rest van Fryslân.

DSC06604

Als ik eerlijk ben voel ik me zowel Frysk als Stellingwarver. Ik spreek een lyts bytsje Frysk en klein betien Stellingwarfs. Maar versta beide prima. Mijn ouders spraken Stellingwarfs onderling maar tegen ons kinderen Nederlands. Ik heb absoluut geen talenknobbel dus heb andere talen en dialecten mezelf niet eigen kunnen maken.


Sokjes voor kleinzoon Kyan. Hij is een peutertje van 3 jaar met maatje 25/26. Ik heb de maten tabel erbij genomen maar volgens de matentabel moest ik wel 36 steken opzetten (nld 3 mm). Nu heb ik dat voor het beenstukje wel gedaan maar de voet heb ik toch smaller aangehouden met 28 steken, 36 steken leek me zo wijd worden… Ook de lengte: uiteindelijk 15 cm voet. De sokken vond ik nog steeds wel groot, maar volgens patroon dus aan de kleine kant. Of Kyan ze past? We shall see! (en ze passen!)


De sokjes zijn van dikke wol gebreid, Noorse sokkenwol van Scheepjes.

Ik denk dat ik van de overgebleven wol nog wel een paar voor Janlief kan breien. En onder het motto: ‘eerst-op-breien-wat -ik-heb’ heb ik voor hem een paar sokken opgezet.


Binnenkort staat hij weer op het ijs in Thialf en dan zijn een paar dikke sokken geen overbodige luxe! Jan zit in de organisatie van Schortrack wedstrijden.
Hieronder een Instagram van eerder: Ik kwam toen even kijken met onze kleinkinderen. Die vonden het maar wat interessant wat Opa deed.

Vorige Oudere items