toe-up & cuff-down II

Tot nu toe heb ik sokken alleen vanaf de boord naar de teen (cuff-down) gebreid. In mijn blog van 8 februari vertelde ik dat ik sokken ook graag met de teen-eerst-methode (toe-up) wil leren breien.
Dus ik aan de slag. Ik heb wat zitten prutsen om Judy’s-magische-opzet onder de knie te krijgen. Na een onderzoekje op het World Wide Web vond ik deze teenopzet namelijk het mooist.


Het boekje*, wat ik gebruik, gaf wel een idee hoe het moet maar via you-tube-filmpjes kreeg ik net iets meer zicht op het, voor mijn gevoel onlogische gedraai, van de draadden bij de opzet.
Uiteindelijk had ik de slag te pakken en 24 steken op de naaldjes staan. En dan, in een split second, heb ik géén idee meer hoe ik dat nu precies deed…

Eigenlijk zou je dan zo die 24 steken van de pennen af moeten halen en het opnieuw doen, zo vaak dat het je eigen wordt. Ok, die opzet is deeltje 1. Dan begint de eigenlijke teen, met meerderen. Normaal éindig ik bij de teen en mínder ik dus. Volledig geroutineerd kan ik bij wijze blindelings er een eind aan breien.
Dit is andere koek. Want hoe doe je nu een rechts- of een linksvallende meerdering. Ja, het staat geschreven op pagina 6 van mijn boekje maar dan is het nog wel een dingetje hoor. En ik ben dan ook zo’n troela die pas tevreden is wanneer de teen er net zo keurig uitziet als op het plaatje.

Ik ben er dus wel even zoet mee. Bovendien ben ik er nog niet uit of ik doorga op mijn DPN’s (double pointed needles), sokkennaaldjes, of toch over ga op een rondbreinaald. Het beginnetje, de eerste toeren zijn best wel een gepruts met mijn DPN’s, maar misschien is dat ook wel gewoon even wennen.


 Om toch een werkje op de pennen te hebben wat ik zó op kan pakken en mee kan nemen heb ik een sok opgezet met garen van Regia Pairfect. Dit garen is ontworpen om cuff-down te breien.

De gele stukken in de bol zijn de markering om sok twee te maken voor twee precies dezelfde sokken. Ik had deze bol nog in mijn voorraad. Al twee keer eerder gebruikte ik soortgelijk garen.
Erg gemakkelijk: je hoeft niet na te denken om twee gelijke sokken te krijgen.

Ter afsluiting van deze blog even een paar foto’s van ons vriendje Chiqo.


* Boekje: Sokken van teen tot boord van Jo An Luijken en Marlies Hoogland

Advertenties

toe-up & cuff-down


De sokken voor Janlief zijn klaar. Garen: Noorse sokkenwol van Scheepjes, 3 mm naaldjes. Ik had van het garen al een paar peutersokjes voor Kyan gebreid.
Eerst twijfelde ik of ik nog wel genoeg garen zou hebben voor een paar maat 41, maar na de eerste sok wist ik dat dit wel zou lukken. Optimistisch dacht ik dat ik óók nog wel nóg een paar peutersokjes eruit zou kunnen halen.
Dat laatste lukte niet, ik had 26 gram garen over. Peutersokjes = 36 gram.


Zonde van die 26 gram. Had ik dat garen in Jan zijn sokken gebruikt dan waren de boorden net iets langer geworden. Net wat fijner!

Sokken kan je op twee manieren breien:
‘Cuff down’ – van de boord omlaag én ‘toe up’ – van de teen omhoog.
Het grote voordeel van ‘toe up’ is dat je het beenstuk zo lang kan maken als dat je garen hebt. Bijvoorbeeld een bol van 100 gram dan zou je sok één tot 50 gram op kunnen breien en dan weet je dat je voor sok twee ook voldoende garen hebt.
In bovenstaand geval, die sokken van Jan, was dit het meest praktische geweest, ‘toe up’.


Ik moet & zal dit toch echt een keer leren! Dus garen van ‘Wol met verve’ én dit boekje opgezocht: Let’s go!


Jaren terug kreeg ik van mijn zus dit boekje: ‘Sokken breien van teen tot boord’ samen met twee bolletjes sokkengaren van 50 gram. Zo lief! Zo lang geleden al! Maar ach zeg: Men is nooit te oud om iets nieuws te leren!
Mijn zus zelf breit niet anders dan ‘toe up’ maar dan ook nog op de rondbreinaald én twee sokken tegelijkertijd. Zo ver ben ik nog niet.
Hier een voorbeeld van haar breisel:


O, echt ik heb verschillende keren geprobeerd het te leren: ‘Toe up’. De teen lukte me nog wel maar bij de hak haakte ik af.
Wanneer ik uit mijn hoofd, puur routinematig en als vanzelf sokken brei op de ‘cuff down’ manier dan is het lastig om die routine overboord te gooien. Om me vervolgens langzaam en moeizaam een nieuwe techniek eigen te maken.

Zo ging het me indertijd ook met continentaals breien, daarvoor breide ik de sokken op vier lange naalden. Het heeft bij mij dan ook wel een jaar geduurd voordat ik continentaals (draad over linker wijsvinger) kon breien in plaats van de mij vertrouwde Engelse manier (draad over rechter wijsvinger). Steeds weer proberen, om daarna toch weer de op de oude manier verder te gaan. Tot ik er uiteindelijk toch aan kon wennen, die verandering: Sokken continentaals op de kleine sokkennaaldjes. Nu weet ik niet beter meer. Zal het me ook zo gaan met ‘toe up’?

And now for something completely different:
Geen winterweer deze week met temperaturen die bijna de dubbele cijfers raken!

Wie is de mol?
Wáár is de mol volgens Chiqo. Drie hopen op een rij!


Het hondenras Stabij staat bekend als mollenvangers. Nu heeft Chiqo er nog nooit één gevangen, tja hij is dan ook een Stabij-nà! Nét geen Stabij maar een Wetterhoun/Stabij.

Het lijkt wel herfst zoveel wind, tijdens de wandeling hoor je de takken tegen elkaar slaan. Wanneer het nog harder waait ga ik niet naar het bos, dan is het te gevaarlijk met vallend dood hout.


En de schapen grazen maar door. Groen is het gras onder hun pootjes!

k k k k koud!

Gister was het prachtig weer, weinig wind en veel zonneschijn. Nou, dan is het heerlijk om met Chiqo door het bos te struinen.


Maar vandaag… Het is een koude maandag. De miezerregen en harde wind maken het nog onaangenamer. Bah!


Vandaag wat vroeger de kachel ontstoken en samen met de hete koffie zal ik wel weer opwarmen.
Toch zal ik er vandaag nog een keer met Chiqo uit moeten: het lokt me niet aan…
Er zijn soms, heel soms momentjes dat je zou willen dat hij ook gewoon naar de w.c. kon gaan, desnoods op een kattenhondenbak.


Na de sokjes die ik voor Kyan heb gebreid heb ik een paar voor Jan opgezet. Nu ik één sok af heb, weet ik dat ik nóg wel een paar sokjes kan breien voor Kyan. Zoveel garen houd ik nog wel over. Dus ik ben nog wel even zoet met deze Noorse Sokkenwol.
En immers: het jaar 2019 staat in het teken van ‘eerst-op-breien-wat-ik-heb’. Goed bezig dus!

 Onlangs liep ik even bij de Zeeman binnen.
Ik ben fan van hun garen en heb ook al heel wat afgebreid met dit garen.
Lekker goedkoop en ideaal voor allerlei projecten.

Anyway, ik dus langs de Zeeman om even in het nieuwe breiboek bladeren.
Glimlachend bij het patroon van de herenonderbroek. Ik zie Janlief die al dragen!

Eén patroon sprong eruit, een mooie plaid. Grof en met een soort van kabels. Maar nee, ik liet het boek liggen.

Onder het motto (ja, daar is hij weer): ‘eerst-op-breien-wat-ik-heb’ heb ik ook geen garen meegenomen. Ja, dat is moeilijk hoor! Al die mooie kleurtjes waar ik me al een mooi plaid voor dochterlief Jildou van zag breien…

In een stapel winkelmandjes, gewoon naast de damesslips lag hij diep in slaap. Je zou toch zo met dit gevulde mandje naar de kassa gaan!


Later hoorde ik dat deze meneer de hele winkelstraat af struint, zo laat hij bij de schoonheidssalon vast zijn nagels doen. En bij Pet’s place loopt hij zich dan te vergapen aan de goudvisjes! En gelijk heeft die kater!

sokkerdesok

Afgelopen dagen heb ik de tweede sok van Regia Pairfect af gebreid.
Boord: muizentandje verder recht-toe-recht-aan. Naaldjes 2.25 mm en 60 steken.

Vanmorgen gleden ze van de pennen. Regia Pairfect garen is ontworpen door de Noren Arne en Carlos. Doel: twee identieke sokken breien op een makkelijke manier.
Je moet van binnenuit de bol beginnen. Eerst wikkel je het stuk ‘geel’ af en zet je de steken op voor sok 1. Aan het eind van de sok wikkel je ook weer af tot én met het gele stuk garen en daar begint dan sok twee.
Hier een filmpje how-to-knit. Ik begon met opzetten van de sokken met een lusje precies op de overgang geel/roze. Door het gele opzetdraadje kon ik het boordje (muizentandje) gemakkelijk aan-elkaar-breien.


Ik brei de hak op mijn eigen manier, dit neemt normaal gesproken meer garen dan de hak die Arne en Carlos adviseren. Om toch mooi uit te komen met het garen deed ik het hielflapje iets korter.

Vanmorgen nam ik de sokken mee op onze wandeling. Wel zo leuk om ze in de sneeuw te fotograferen.

Altijd handig dat Chiqo tijdens zo’n shoot even kritisch meekijkt!

In het witte bos is het nu zo mooi en zo stil! Ook zo prachtig om de sporen van het wild te zien in de sneeuw. Konijnen sporen, reeën sporen en natuurlijk veel vogelpootjes-afdrukjes.


Zo door de nog niet platgelopen sneeuw wandelt het prima door het bos.


In onze straat is het erg glad omdat er niet gestrooid wordt en de sneeuw platgereden is. Net een ijsbaan. Doordat ik bang om te vallen (en weer wat te breken) loop ik houterig en krampachtig in de straat. Ik snap best dat ik ontspannen moet lopen maar door de angst lukt me dat gewoonweg niet.
Inmiddels heb ik Wintertrax aangeschaft, een soort van ‘sneeuwkettingen’ voor je schoenen, ideaal! Sta ik weer wat steviger op mijn voeten zo op de gladde straat.

zachte sokken

Afgelopen dagen heb ik gebreid aan een paar sokken. Begonnen op tweede kerstdag. Ik had tijdens de handwerkmarkt ‘Midwinterwol’ in Winschoten een aantal bolletjes Angora-Merinowol van Regia gekocht. Doel: een paar zachte sokken voor mijn zus.


In het beenstuk heb ik een paar streepjes gebreid met stipjes. Hier goed te zien.


Werk in uitvoering…


En, ik heb ze op tijd af, de sokken. Vandaag is ze jarig!


Even een oude foto uit de doos gevist. Wat waren we drieën toch een leuk stel! Ik ben de jongst en zus dus de oudste. Wij schelen 5 jaar.


Ik ben nu erg benieuwd hoe de wol zich houd in de was. Garen: 65% merino (superwash) 10% angora en 25% polyamide. Naalden 2.25. En klaar om weg te geven!


Na aanleiding van mijn vorige blogje, over Chiqo: Ik krijg wel het idee dat de pijnmedicatie wat doet. Toch is Chiqo veranderd, hij ligt veel in de gang of in de bijkeuken, ook in het donker. En hij blaft niet meer om aan te geven dat het zijn voedertijd is. En zit minder gezellig bij ons. Lopen wil hij soms wel en soms niet. Ach, het is en blijft een oud beestje. Maar even afwachten.

ratjetoe

Vandaag las ik ‘Het beste wat we hebben’ van Griet Op de Beeck uit. Het eerste deel van drie. Ik vind de schrijfstijl van Op de Beeck mooi, prachtige volzinnen. Het boek heeft, zoals al haar boeken, een donkere sfeer. Het thema, de complexiteit van collectief oud zeer binnen een gezin, loop als een rode draad door het boek heen. De schaduwen van het verleden reiken tot in het heden. Intens beschreven. Ondanks dat het boek, in mijn ogen, zwaar en rauw is, zal ik de andere delen zeker ook willen lezen.


Onze hond Chiqo is met zijn 14 jaar een bejaard beestje. De laatste tijd blaft veel meer dan eerder en kan mij dan maar niet kenbaar maken wat hij wil en blijft dus blaffen! Erg vervelend, met name wanneer er bezoek is. Maar natuurlijk is zijn blaffen bij de buren ook goed te horen, zucht…

Maar wat ons verontruste was dat Chiqo zo onrustig was in de namiddag en avond. Niet weten waar hij het zoeken moest, dan weer naar de gang, dan weer naar de bijkeuken en dat met de staart tussen de pootjes. Dat hij doof wordt en slechter begint te zien wisten we. De dierenarts denkt dat Chiqo last heeft van óf sponylose (slijtage in de wervels) óf een hernia in de rug heeft. Er is één plek waar hij namelijk pijn aangeeft. Sinds gisteren is hij aan de pijnstilling. Chiqo heeft nu niet meer het onrustige gedrag vertoont maar het vele blaffen is ongewijzigd. Komende week maar even aanzien. Ik heb de wandelingen aangepast, vaker en korter.

Wat een wind afgelopen dagen! Omdat het ook nog springtij was kwam het water net wat hoger dan normaal op de wadden. Springtij treedt op wanneer zon, maan en aarde in een rechte lijn staan, dus tijdens nieuwe maan en volle maan.
Deze foto is gisteren, gemaakt door natuurfotograaf Ruurd Jelle van der Leij. Hij is ook een van de filmers van de film Wad. En de ree, die kon gelukkig goed zwemmen en kon zijn vege lijf redden!

ruurd jelle vd leij

hmmm…

Soms dénk ik dat ik na drie keer het wel kan. En hierdoor net iets te ongeconcentreerd ben. Al drie keer eerder breide ik de black rose sokken van Suzi Anvin. Na drie herhalingen van het ajourpatroontje van de black rose kwam ik er nu achter dat ik regeltje twee van het patroon al twee maal fout heb gedaan…
Het garen, welke ik kreeg van Hobbii, breit erg fijn, daar lag het niet aan!


Misschien valt het niet eens zo op, maar ik zie het natuurlijk altijd! Ik was al niet tevreden over de vierde tour. Dus dat maakt het  uithalen makkelijker…


Net alsof ik verkeerd heb in-gestoken. Afijn het is niet anders. Afhalen dus. Rats-rats-rats-rats en opnieuw opzetten.

Elke dag wandel ik met stabijna Chiqo. De ene keer in de regen (bah, niet fijn…) en de andere keer, door het dikke wolkenpak, sombere weer. De zon zien we de laatste dagen nauwelijks. Toch doen de wandelingen Chiqo en mij goed! Soms kruizen reeën ons pad, geweldig! Tijdens de wandelingen zie ik altijd wel weer wat anders. Ik maakte vorige week deze foto, één eikenblad nog aan de boom. Ik had deze foto geplaatst op Instagram.


Van alle loofbomen laat de eik haar blad moeilijk los. Misschien weet ze dat zij als laatste weer blad krijgt in het voorjaar. En daarom zo lang mogelijk haar blaadjes vast blijft houden.

Veertien jarige Chiqo wordt doof. En elk nadeel heb zijn voordeel! Hij hoort het vuurwerk veel minder. Normaal kon ik hem nu (27 december) al moeilijk uitlaten: knallen vanuit naburige dorpen maakten hem al zo bang dat wandelen niet meer lukte… Nu (nog) geen problemen, fijn! Vanmorgen wandelde hij mooi voor me uit, zijn staart zwiepend van links naar rechts en mooi hoog, een teken van blijheid en tevredenheid.


Op mijn nachtkastje lag afgelopen tijd:
‘Moeder van glas’ van Roos Schlikker. Zij beschrijft in het boek het leven van haar moeder die pas op haar zestigste de diagnose bipolair kreeg. Deze stemmingsstoornis wordt ook wel manisch-depressief genoemd. Roos beschrijft heel duidelijk hoe het leven van zowel haar, als dochter, als dat van haar moeder eruit ziet wanneer iemand bipolair is. Het was voor mij, helaas, herkenbaar. Ik heb zelf een bipolaire kwetsbaarheid.
Schlikker schijft:
‘Echte helden zijn zij die zich durven te laten zien zoals ze werkelijk zijn.’
Toen Roos haar moeder overleed en er aan Roos werd gevraagd hoe het ging, besefte Roos wat haar moeder altijd deed, jokken over hoe het gaat. ‘Ja goed!’ terwijl je weet dat het helemaal niet goed gaat…

Vorige Oudere items