mooi blauw is niet lelijk en 4us


Aan de sokken van Regia Tweed Uni heb ik een eind gebreid. Jan kan ze zo aan.


Wat ik in mijn eerdere blog al schreef, ik hoop niet dat ze te losjes zitten. Ik heb ze met naaldjes 2.5 mm gebreid. Wel 60 steken aangehouden. Maar normaal doe ik 60 steken op naaldjes 2.25 mm. We shall see.

Inmiddels alweer een nieuw wolletje opgediept uit mijn stash. Dat wordt dan paar 240. Ik kan dus wel concluderen dat sokken breien voor mij echt wel een fijne bezigheid is.

Het coronavirus domineert het nieuws. Ik ben bezorgd of we inderdaad toestanden krijgen zoals in Italië.

Afbeeldingsresultaat voor coronavirus
Ik hoop maar dat we niet achter de feiten aanlopen. De maatregelen die worden opgelegd en geadviseerd is iedereen het mee eens.
Toch gek dat men deze maatregelen logisch vind maar dat het niet voor henzelf geldt. Niet hamsteren: mee eens, maar pas nadat ze zelf hebben ingeslagen.
Sociale leven moet plat maar dat verjaardagsfeestje met 20 man (v/m) moet wel doorgaan (dat was gisteren). Zij hebben immers geen klachten.

Het doel van platleggen van sociale leven is natuurlijk om corona de kop in te drukken.
Opdat het ‘gewone’ leven zo snel mogelijk weer gewoon zijn gang kan gaan.
Wanneer ieder zich aan zijn eigen regels houdt schiet dat natuurlijk niet op.

Zo dat moest ik even zeggen.

motorbeurs

Gisteren gingen Jan en ik vanuit Steenwijk naar Utrecht Centraal om de motorbeurs te bezoeken. Het was erg druk in de trein. In Zwolle konden we naast elkaar zitten. En ja, ik zit toch liever tegen Jan aan dan tegen een andere motorrijder. Ik vind het lastig om, in een overvolle trein, ‘tegen’ een vreemde aan te moeten zitten. Tja, ik hecht blijkbaar veel waarde aan mijn eigen aura, om zo maar te zeggen.

We zaten in een ‘praat’ coupé, tjonge wat een kippenhok. Schuin achter mij een stel meisjes. Ik dacht dat het er minstens vier waren, maar toen ik om keek bleken het er maar twee. Zo kletsend, zo druk! Maar overal om me heen waren de mensen enthousiast kleppend de reistijd aan het doden.

Mijn filter doet het regelmatig niet goed, gevolg is dat ik alles van iedereen hoor. Zo lastig! Ik wordt er bekaf van. Een ieder die dit ook heeft snapt het gevoel en degene die dit niet kennen zullen het nooit snappen.


Anyhow: De motorbeurs was groot & druk. Gelukkig had ik mijn affaseerschoenen aan. Mijn moeder noemde haar schoenen zo als ze er goed én vooral ook snel op kon lopen.


Een ieder die me kent weet dat ik altijd jurken en rokken draag, ik héb niet eens een broek. Maar tegenwoordig passen affeseerschoenen (sneakers) ook prima onder jurkjes. Voordeel: geen pijnlijke voeten of benen na een dagje beursen.

Op de beurs hebben we een bakkie gedaan met Chris, een sympathieke motorrijder die we kennen van de Ducati Olanda Club. Ook hebben we kennis gemaakt met Judith en Etienne van Motovacances Chamauche. In mei gaan we bij hun logeren.

Na zo’n dagje beurs was het lekker eten bij Speys. En weer door… op naar station.
De trein die we wilde nemen reed niet. Er waren door storing behoorlijk wat treinen richting noorden uitgevallen.


Gelukkig reden de treinen even later weer en konden we met de 18:48 mee richting noorden. Maar gevolg was wel dat het echt overvol in de trein was. Ik kon een plekje bemachtigen, Jan moest tot Zwolle staan.

Tijdens de terugreis, was het nog drukker in de trein dan de heenreis. Gelukkig zaten we in een stilte coupé, dat scheelt een stuk. Maar nu was er een kereltje die vanaf Utrecht tot Zwolle constant ‘mamma’ riep. Maar mamma was in gesprek met haar vriendin en liet het zoontje constant ‘mamma’ roepen. ‘mamma waarom…’ ‘mamma…’ ‘Mamma!’ etc. Mamma was blijkbaar immuun geworden voor de lokroep van zoon. Ik echter niet…


Ik las dapper door in mijn boek: Zeven Zussen Schaduw. Inmiddels was het contact tussen Flora en Aurelia verbroken op een vervelende manier, maar alle ‘mamma’s’ hoor ik wel… pff…
Ja, ook toen de koning dood ging… ‘MAMMA!’.

Let wel, herken je het, dan snap je het.
Doet je filter het wél goed dan hoor je dat dus niet. Dan kan je je afsluiten voor alle ruis waar je op dat moment niets mee hoeft.

Normaal heb ik meestal een breiwerkje bij me. Deze keer mijn ereader.
Tijdens mijn laatste lange autorit had ik wel een breiwerkje bij me, maar geen steek gebreid. Ik kijk dan toch liever naar buiten en bedenk me dat ik thuis wel weer kan breien. Zo gaat dat ook wel met treinen bij daglicht. Het breiwerkje ‘on the go’ moet ook wel easy zijn anders werkt het sowieso niet ‘on the go’.


Mijn lopend werkje zijn deze donkerblauwe tweedsokken voor Jan. Het donkerblauw breit lastig voor een mens met presbyopie ofwel ouderdomsverziendheid. Mét bril en overdag gaat het nog wel, ’s avonds niet.

Ik heb een daglichtlamp maar die is zo fel dat dit een heel ongezellig licht verspreid, zo in de avonduren! Net alsof je in een goedkope eettent in Turkije zit! Niet dat ik ooit daar heb gezeten.

En om nu mijn deken als werkje mee te nemen in de trein… Dan sjouw je daar ook de hele dag mee rond. Nee, de ereader was prima.


Vandaag weer een dagje dagelijkse routine.


Aandacht voor de beestjes die hier wonen, rondje bos, een wasje draaien en een blogje schrijven. Fijn!


Ze zitten heerlijk trouwens, de sokken die ik door de hoeveelheid foutjes liever niet weg wilde geven…


Fijn weekend verder en ‘kalm an!’

 

lopende werkjes

Eigenlijk ben ik blij dat de feestdagen achter de rug zijn en we in een ‘normale’ week zijn beland.
‘Waarom?’
Eh nee, dat mag je eigenlijk zo niet vragen.
‘Wat is de reden daarvan?’ is beter:
Dat kan ik niet precies aangeven… Ik denk dat ik gewoon niet zo’n feestbeest ben op de momenten dat het moet kan. Misschien is het dat.

Anyhow, momenteel heb ik drie lopende werkjes. Een deken (haakwerk) een shawl (breiwerk) en sokken of course.

De Deken:


Garen: Julia van de Zeeman. Toeren: drie stokjes, één losse. Zo leuk! Deze deken haakte ik al eerder in Royal garen, ook van de Zeeman. Elke keer combineer ik de acht kleuren anders. Twee kleuren en dan een witte toer. Deze deken wordt super-zacht door het garen waar 20% wol in zit.


Het tweede lopende werkje: Een shawl van Lana Grossa-Gomitolo-Molto: een ajour patroontje.


Leuk om te breien. Dit werkje heb ik zelfs mee gehad naar de Breibende en heb er daar, zonder fouten te maken aan gewerkt. Helaas heb ik de laatste periode te weinig tijd aan dit werkje besteed. Wánt het is winter én ik wil de shawl om!


En dan het laatste lopende werkje: Sokken ‘Aaltje’ van Regia Classic Stars Color. Dit is een eigen ontwerp. Doordat ik het patroon nog niet heb uitgewerkt heb ik het ook nog niet op Ravelry kunnen plaatsen. Dit is eigenlijk wel mijn bedoeling.


In de vorige blog had ik het over mijn weerstand tegen vuurwerk. Ik sta daar niet alleen in, in de media gaan steeds meer stemmen op voor een verbod op (gevaarlijk) vuurwerk.

Maar wat ik ook nog even kwijt wil is, dat ik het lastig vind wanneer mensen je begroeten met een soort van retorische vraag, namelijk: ‘Alles goed?’
Wat zeg je dan? ‘Aardig dat u het vraagt, nee het gaat ruk!’
Nee, er wordt als antwoord: ‘Goed!’ verwacht en dat zeg ik dan ook.

In de vraag: ‘Alles goed?’ zit voor mij iets dubbels. Want eigenlijk zou ik natuurlijk het állerliefste en eerlijk zeggen: ‘Ja, alles goed!’ en dit met een big smile onderstrepen.
Helaas is dat niet altijd zo. Bij het Antonîus ben ik een draaideur-patiënt zeg maar. En aan het eind van deze week heb ik mijn eigen risico van 2020 er al doorheen gejast.

Maar ja, iedereen zal toch het liefst als antwoord willen geven: ‘Ja, alles goed!’ zónder te liegen. Gezonde mensen hebben 1000 wensen, de anderen slechts één.

tweeduizendtwintig


Alle goeds voor tweeduizendtwintig!

kerst-stress?

Mijn deken vordert gestaag. Een fijne bezigheid. Beetje donkere foto, maar hé… het zijn de donkerste dagen van het jaar.


Verder gaat het goed met Guusje. Echt goed moet ik zeggen. Zoals ik ook al in de vorige update vertelde: Ze speelt, ze slaapt, ze eet (als een slootgraver), ze spint en geeft kopjes, zelfs aan Chiqo!


Chiqo wordt een hondje van de dag, zijn achterpootjes doen soms niet meer mee. Al twee keer vielen deze pootjes uit en liet Chiqo ook zijn urine lopen. Dit is wel een teken dat er wat gaande is. Maar zo als vanmorgen trok hij twee keer een sprintje en liep vrolijk voor me uit. Toch blijft het wel zorgelijk.


Nog zeven dagen tot kerstmis. Dit jaar heb ik er voor gekozen om de kerstspulletjes op zolder te laten staan. Gewoon omdat dat ook kan.

In de media zie je allerlei gezelligs en ‘kersterigs’ voorbij komen. Je kunt er eigenlijk niet omheen. Bovendien puilen de winkels uit van de luxe etenswaren. Want het is nu eenmaal niet gezellig zonder een vol gedekte tafel.
Is het raar dat ik daar niet zoveel mee heb?

Ik hoor met enige regelmaat ‘van mij mag het januari zijn’. Mensen die een dierbare moeten missen of met ander verdrietigs moeten dealen. Toen ik stage liep op de deeltijdtherapie (psychiatrie) konden de cliënten in november al verdrietig en in de stress raken door het gedachte dat kerst er weer aan zat te komen. Misschien vanwege die opgelegde gezelligheid? Maar ook misschien omdat dan juist ook dát het gemis versterkt van diegene waarvan je hield/houdt.

2014-12-20 09.53.39
Bij de meeste gezinnen is het een heel gepuzzel om het ‘spul’ op dezelfde tijd bij elkaar te krijgen. Schoon/stief & rest van de familie. Sommige familieleden hebben dan zoveel overwicht dat iedereen zich daarna moet voegen.

Janlief en ik leggen onze kinderen niets op. We hebben liever dat ze zo eens langs komen. Een wijntje is er altijd wel. En door de week smaakt die net zo lekker als op de twee kerstdagen.

En dan kom ik bij punt drie: wij kunnen hier alles kopen, overdaad is hier een normaalgoed. Maar meer dan 820 miljoen mensen in de wereld hebben honger. Natuurlijk hoef ik niet het leed van de wereld op mijn schouders te nemen. Maar eh, sorry ik kan dit niet loslaten wanneer ik mensen gestrest met hun overvolle winkelwagentjes door de supermarkt zie rennen.

En dan dit: Ik ben een echt kerstkindje! Geboren op 25 december 1968.


Als kind had ik hier geen ‘last’ van. De hele familie kwam elk jaar bij ons over de vloer om mijn verjaardag te vieren: een gezellige boel. Hieronder een dierbare foto met mijn zus en broer.


Toen ik ging samenwonen werd mijn verjaardag wat ingewikkelder. Nooit kon de visite op het door mij gekozen tijdstip, dit vanwege andere kerst-‘verplichtingen’. Als ik eerlijk ben dan was ik daar wel wat sneu van.

Mijn verjaardag vier ik daarom vaak niet of op 25 juni. Vorig jaar werd ik 50, toen vierde ik het heel save in het weekend vóór de kerst. Met een uitnodiging die ik al bijtijds had opgestuurd en zo lukte het me om, met al mijn dierbaren, dit heugelijke feit te vieren.


Dat dus over de kerst en mijn verjaardag.

Trouwens een voordeel van een on-opgetuigd-huis: ik hoef de kerstspulletjes niet op te ruimen begin januari.

leefstijl bijstellen

Mijn interesse werd gewekt door het programma ‘Dokters van morgen‘, over vasten en de wetenschappelijke onderbouwing van deze leefstijl.

Ik heb een doorlopende strijd met de weegschaal. Dit komt doordat ik sporten erg vervelend vind en eten juist weer niet. Helaas, ook de medicatie die ik moet gebruiken, werkt mijn slanke-lijn enorm tegen… Met een BMI van 29.1 ben ik te klein voor mijn gewicht.

weegschaal
Tijd voor actie, al is het maar om het ‘aankomen’ een halt toe te roepen. Echt geloof me, ik heb vanaf mijn veertiende vele diëten geprobeerd.

Intermittent Fasting (I.F)
Er zijn verschillende vormen van deze leefwijze, het is géén dieet namelijk. Ik doe het voedingsschema 16:8. Dat betekent 16 uur vasten en 8 uur wel eten. Dus wanneer ik ’s avonds om 19:00 heb gegeten dan mag ik om 11:00 de volgende ochtend weer eten. Wel mag je in die 16 uur water, koffie en thee drinken.

De koffie was nog wel een dingetje. Ik dronk mijn koffie met veel echte (lees volle) melk. Nu dus zwart. Ik moest af van mijn idee dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd is van de dag. Nu ga ik wandelen met Chiqo met een lege maag, maar ook dat went, net als zwarte koffie, vrij snel.


Wat voor mij belangrijk is om dit voedingsschema aan te houden:

Insuline

I.F. heeft een gunstig effect op de alvleesklier. Wanneer ik doorlopend eet maakt de schildklier ook voortdurend insuline aan. De insuline zorgt ervoor dat de glucose, die na wat eten in mijn bloed komt wordt omgezet in energie, ook wel ATP (adenosinetrifosfaat) genoemd.
Als ik voortdurend (elk uur) wat at, dan maakte ik ook voortdurend een beetje insuline aan. En kwam er dus een overschot aan ATP in m’n lichaam. Waardoor een voortdurende verhoging van mijn bloedsuikerspiegel en daardoor vetopslag. Ik werd ook moe & chagrijnig wanneer ik even niet at. Dit doordat ik gewend was geraakt aan de voortdurende hoge bloedsuikerspiegel. Door het vasten gun ik mijn organen even rust. Bijvoorbeeld de alvleesklier en zijn insulineproductie.

Vetverbranding
Wanneer ik ‘vast’ dan komt er tijdelijk geen brandstof in en haalt mijn lichaam energie uit andere bronnen dan voeding. De vetverbranding gaat dan ‘aan’.
Na twee weken I.F. gaf de weegschaal 800 gram minder aan, zie dat is prachtig! Wie het kleine niet eert…

Eetverslaving
Ik merk nu dat het niet erg is om een ‘hongergevoel’ te ervaren, het gaat over na een glas water of kopje koffie. Mijn drang naar ongezond voedsel is minder. Voorheen was ik erg met eten bezig. Een echte grazer. Nu is dat gewoon klaar, 16 uur niet. In de andere 8 uur merk ik dat ik minder ongemerkt van alles naar binnen schuif.

Energie
Het schijnt dat deze leefstijl je ook meer energie zou geven. Maar na twee weken 16:8 heb ik hier nog niets van gemerkt…

Bron met bronnen.
Het verhaal van Jelle.

herinnering

559961_479883508727375_123036082_n
Ik zag op de televisie deze reclame van de dierenbescherming, de tranen rolden me over de wangen. Ik vind dierenleed afschuwelijk. Deze tranen kwamen echter ook door een eigen herinnering. Wanneer ik nu de reclame langs zie komen, zap ik gewoon gauw weg. Anders wordt het hier zo’n tranendal.

Het nummer, onder deze reclame, is ‘Fix you‘ van Coldplay. Het herinnerd mij aan herfst 2013, ik was alles kwijt. Nee, eigenlijk was ik vooral mezelf kwijt. Opgenomen achter de gesloten deuren van het Jelgerhuis in Leeuwarden.

De wereld was niet groter dan mijn kamer met bed en de koffiezaal waar we gezamenlijk onze dagen uitzaten. Ik was in gezelschap van mensen die ook van hun pad waren geraakt.


Ik was gelukkig niet écht alleen. Mijn kinderen en zus waren er voor mij, om mij te omringen met liefde. Maar toch, en toch…

“When the tears come streaming down your face
‘Cause you lose something you can’t replace
When you love someone but it goes to waste
What could it be worse?”

Inmiddels is mijn leven veranderd. Tijd heelt veel wonden. Ik had het geluk dat er een nieuwe lieve man in mijn leven verscheen. Mijn kinderen, schoonzoon en zus zijn er nog steeds om, samen met Jan, als een vangnet te fungeren wanneer er té veel beren op mijn weg zijn.


Ook hond Chiqo heeft daar een belangrijke plaats in. Hij is altijd om mijn heen.


Zoals het spreukje in de eerste foto: soms kan een liedje je zo raken, niet door het liedje zelf, maar door de herinneringen die in je op komen.
Dat dus.

meer II

In het blogje van 28 juli beschreef ik al één van mijn schooltrauma’s, de Brustest. Uiteindelijk heb ik maar met drie trauma’s mijn schoolcarrière doorlopen.

 Trauma 2:
De schooltandarts waar ik voor het eerst naar toe moest in de 1e klas. Het bleek dat ik 9 (!) gaatjes had en dus de rest van de week elke dag in die bus moest verschijnen zonder moeder!

Als kind durf je niet te zeggen hoe naar het is om alleen die bus in te moeten klimmen waar de ‘bekkenbeul’ op je stond te wachten. Die naam voor de ‘tandarts’ kende je van de oudere kinderen en dat droeg ook niet bij aan een goed gevoel. Nu nog heb ik tandarts-vrees terwijl ik natuurlijk best weet dat gaatjes-vullen nu geen pijn meer doet.

Trauma 3:
Ik ben erg veelzijdig geweest in de sporten die ik beoefende. Zo ging ik na mijn zwemdiploma op tánnis, dit is geen schrijffout, in die tijd tánnisten mensen, een Gooise sport zal ik maar zeggen.
Vervolgens ging ik volleyballen, ging op Jazzballet, deed aan windsurfen en omdat ik met 8 jaar al op de ski’s stond kon ik dat ook aardig.

Anyhow, waar ik vrij slecht in ben is koppeltje-rollen. Ik ben trouwens van mening dat wij mensen dit kunstje niet echt nodig hebben om te kunnen overleven in de huidige maatschappij.

Op de middelbare school werd ik met een paar andere kneusjes op een matje gezet in een hoekje van de gymzaal. We mochten de hele gymles het koppeltje-duikelen oefenen, terwijl de gymleraar met de andere sportievere leerlingen leuke dingen ging doen. Ik stond dan wel in de hoek maar heb natuurlijk niet geleerd om koppeltje-te-rollen. Wel bijzonder dat je als leraar zo met leerlingen om kunt gaan. Wat extra aandacht was beter geweest in plaats van voor heel de klas voor schut te worden gezet.


Zo dat is er uit! Het is fijn om, zo nu en dan, even wat van je ongemakken in de groep te gooien.

meer

 Onder de titel van mijn blog is al jaren dezelfde tagline:
‘een weblog over breien en meer’. Déze blog valt onder het woordje ‘meer’.

Ik gooi het er gewoon maar in: mijn ‘schooltrauma’. Misschien een iets te groot woord. ‘Letsel’ is misschien een betere benaming. Hoe ik het ook noem, mijn herinneringen hieraan zijn nog steeds erg levend.

Ik lees langzaam. Vroeger al dus. Met de Brustest scoorde ik altijd laag. Vervolgens moest ik in een leesgroepje plaats nemen met kinderen die (veel) jonger waren dan mij.
Ik vond dat heel naar, voelde me dan heel dom. Natuurlijk zei ik dat niet. Maar het gevoel van domheid kan ik zo oproepen, nu nog!

De Brustest: je kreeg zo’n briefje met rijtjes woorden onder je neus en dan moest je zo snel mogelijk de woordjes lezen. Pff…wat gaf die test mij veel stress, ook al had ik van dát woord toen nog nooit gehoord.

Langzaam lezen: het was vroeger een probleem, nu gelukkig niet meer. Ik verhaspel woorden, waar ik dan zelf weer om moet lachen. Vooral tijdens het koppensnellen in de krant. Ik geeft er zo mijn eigen draai aan. Verrassend dat wel.

10372313_671331199582604_1286743042554432851_n
Mijn broer kreeg vroeger het etiketje ‘woordblindheid’ opgeplakt, hij kreeg vrijstelling voor de vreemde talen en kon zo zijn HBO halen. Mijn zoon kreeg het etiketje ‘dyslexie’ opgeplakt en ook hij kon zijn HBO met een diploma afronden.

Een brein zit raar in elkaar. Taal bestaat uit vele facetten. Goed kunnen praten wil niet zeggen dat je goed kunt lezen of schrijven. Zowel broer als zoon zijn zeer goed in taal, spreken gaat gemakkelijk en vlot, vooral ook tijdens presentaties. Ze zetten taal om in verslagen op hogere niveaus. Terwijl beide ‘apart’ als ‘appart’ kunnen schrijven bij wijze van schrijven.

DSC06205

Ik heb wel plakkers op mijn voorhoofd, maar zowel ‘woordblindheid’ als ‘dyslexie’ zitten daar niet bij. Toch weet ik dat ik er een tik van heb meegekregen. Tijdens studies die ik volgde kwam spelling steevast als aandachtspunt naar voren.

Mold and Mildew Removal - How to Clean Mold and Mildew Stains - Good HousekeepingWat het lezen betreft, het enige voordeel is dat ik lekker lang over een goed boek doe. Jan en ik lazen het zelfde boek. Jan had hem zo uit, ik was nog halverwege! Een mens is geneigd naar zijn eigen kunnen te redeneren. Ik vroeg me werkelijk af of Jan soms óver de woorden heen las, zo snel, dan ken je het verhaal toch niet? Jawel dus.

In een andere taal lezen is helemaal moeilijk voor mij. Voor mijn laatste studie werd er van uitgegaan dat je artikelen in het Engels moet kunnen lezen. Nee, dat lukt mij dus niet. Toch kon ik wel afstuderen. Wanneer je moeilijk leest of schrijft zegt dit natuurlijk niets over je IQ.

Spelling vind ik moeilijk. Toch heb ik wel degelijk wat met taal. Ik schrijf namelijk wel graag, zo graag dat ik een Blogger ben. Ik schrijf zoals ik praat en dát kan ik dan wel weer goed. En dat gepraat dan weer op te schrijven, zie daar word ik blij van, dus daarom.

lopende werkjes

In het Engels wordt het project waar een handwerkster mee bezig is w.i.p. genoemd. Dit staat voor ‘work in progress’. Ik noem het liever o.w. ‘onderhanden werkje’ of l.w. ‘lopende werkjes’. Maar wanneer noem je een ‘lopend werkje’ een ‘stilstaand werkje’?

Bij de Ravelry* worden alle ‘lopende werkjes’ op mijn projectpagina als w.i.p.’s gekenmerkt. In mijn geval zijn dat er tien. Dat is best wel veel, terwijl als ik kritisch kijk, er maar vier echte ‘lopende werkjes’ zijn.


De andere  zes werkjes zijn echt ‘stilstaande werkjes’ van vaak jaren terug. De oudste is uit het jaar 2008, dus van 11(!) jaar terug. Wachtend in een tas om mee verder te breien. Een vest: het patroon & garen zijn prachtig. Maar als ik eerlijk ben, zal ik dit vest echt niet af breien.


Het achterpand was al af.
Ik weet wel waar ik op struikelde. De vorm van het vest. In het patroon zijn stukjes arm aangebreid, heel apart. Ik heb het achterpand gewoon recht gebreid. Afwijken van een patroon betekend rekenen, waar ik niet zo goed in ben.


Ook het prachtige kabelmotief in de boorden leverden wel problemen op voor een beginnend kabelbreister. Dus dit werk bleef geduldig met de andere vijf ‘stilstaande werkjes’ wachten in mijn grote curver-bak. Best wel jammer.


In overleg met mezelf heb ik bedacht om voor elk nieuw project een oud (stilstaand) project af te halen. Zo vergroot ik mijn stash en kan ik met het garen met der tijd ook weer wat nieuws maken. ‘Circulair handwerken’ noemen we dat.

Wanneer ik een bol met de hand opwind, wind ik mijn vingers erin. Zo wordt de bol niet te strak opgewonden. En zo blijft de ‘rek’ mooi in het garen. Een ‘weetje’ van mijn wijlen Oma Froukje of zoals we vroeger zeiden ‘oma-hiernaast’. Ze woonde namelijk naast ons huis. Dat is voor een kleinkind trouwens erg fijn, een oma op kruipafstand!

Zo nu heb ik weer 800 gram Malabrigo Worsted garen, ook fijn!

img297648621
And now for something completely different.
Ik kreeg de vraag voorgelegd waarom ik zoveel deel op het internet. Op deze blog ben ik vrij open en op andere plaatsen op het www staat ook het één en ander over mijn mentale problematiek. Ik kan zeggen dat ik in real live ook open ben. Zo ben ik. Ik ben van mening dat ik, door open te zijn, misschien inzicht en herkenning kan geven aan een ander. Het delen van ervaring kan helpend zijn voor een ander. Niets om je voor te schamen. Tada! Ik ben niet voor niet afgestudeerd HBO ervaringsdeskundige in de zorg.
Een vak waarbij het inzetten van ervaring in de psychiatrie een pre is.

Mijn schoonzusje vroeg eens of ik me daarbij niet kwetsbaar maak. Als mensen mij zouden ‘pakken’ op mijn kwetsbaarheid dan zegt dat alles over de ander en niets over mij.
Misschien vindt een ander dat naïef, dat kan, dat mag. Ik zou niets op internet zetten wat ik ook niet tegen een dorpsgenoot in de kroeg zou zeggen, dat is mijn regel.

Toch blijft het ook een beetje raar: de momenten dat je met een volstrekte vreemde praat en die dan precies weet met wat voor breiwerk ik bezig bent en hoe mijn laatste vakantie is verlopen en (zoals laatst) de naam van onze hond weet!

‘Be who you are and say what you feel because those who mind don’t care and those who matter don’t mind.’ (schrijver onbekend)


Achter huis bloeit onze Chileense Jasmijn zo prachtig!
(*Onderaan blogje van 6 maart uitleg over de online community Ravelry.)

Vorige Oudere items Volgende Nieuwere items