plain vanilla

Sokkenbreien
De term ‘plain vanilla’ betekent ‘zonder toeters en bellen’. Het komt voort uit het idee dat de standaard smaak voor ijs, vanille is. Plain staat voor ‘gewoon’. Breisters geven de recht-toe-recht-aan sokken deze term mee: ‘plain vanilla socks’.


Zo brei ik regelmatig plain vanilla socks. Vooral als het garen zelfstrepend is. De sok hierboven heeft ook geen werkje nodig. Garen: Phildar, Phil Socks Milky Way. Ik vind het gewoon fijn recht-toe-recht-aan-sokken te breien.

Een projectje wat ik meeneem wanneer ik op pad ga. Op bovenstaande foto stond ik natuurlijk wel stil. Een gevleugelde uitspraak van zuslief en mij: don’t leave home without een breiwerkje!

Ravelry
Sinds 2007 houd ik mijn projecten bij in Ravelry. Dit geeft mij veel gemak. Wanneer ik voor iemand sokken maak en na een jaar of wat dat weer wil doen, dan hoef ik maar te kijken in mijn ‘projecten’ voor de juiste maat. Wanneer sokken snel vervilten, dan kan ik zien welk garen ik had gebruikt. Maar ook andersom, zo weet ik dat Scheepjes Invicta Coloris een sterk sokken garen is.

Anyhow, hieronder mijn 243 projecten verhoudingsgewijs. Veel, heel veel sokken, wel 73 % van alle werkjes zijn sokken. Ik ben een sokken breister dat is klip en klaar!


Het is ook zo gemakkelijk, één bol van 100 gram, vijf breipennetjes en gaan. Wil je wat moeilijks breien dan kies je voor een werkje erin: een ajourtje (gaatjes), een reliëfje (rechte en averechte steken), een kabeltje of fair-isle patroon (kleurwerk). Uitdaging genoeg.

Lytse sokjes
In het gezin van ons neefje is een jongetje geboren. De tweede telg. Het jonge gezin woont op een boerderij hier even verderop.


Ik heb voor beide zoontjes sokjes gebreid. Maatje baby en maatje peuter.

Met restjes van de sokken die ik onlangs breide. Klaar om in hun brievenbus te doen.


Litterpicking of zwerfafvalrapen
Vroeger thuis moest ik van mijn vader ‘papiertjes zoeken’. Dicht bij ons huis was de Landbouwschool en de Huishoudschool. De jeugd ging dan, in de pauze, het dorp in. Zo kwamen er veel scholieren langs ons huis. Gevolg: een spoor van snoeppapiertjes. Doordat ik dit op moest ruimen kwam het natuurlijk niet in mij op om zelf een snoeppapiertje te laten slingeren. Foto: Onze straat, kleine Froukje met oppas tekkel Siera.

Ook onze kinderen hebben geleerd om hun troepjes mee naar huis te nemen. Een papiertje werd in de ‘buse’ (broek/jaszak) meegenomen. Voor het wassen van de kleding moest ik de zakken dus goed controleren.

Voordat ik kinderen kreeg had ik wel eens ideeën hoe dat zal zijn: een klein jochie of een kleine Jildou. Toen ik 16 jaar was hoorde ik voor het eerst de naam Jildou. Meteen wist ik, zouden we ooit een dochter mogen krijgen dan wordt dat een Jildou. De naam betekend waardevol. Jild is Frysk voor geld. De naam Wessel kwam boven drijven in de eerste zwangerschap.

Anyhow, ik stelde me dan voor dat zo’n kleutertje de wereld ging ontdekken en met een pad in zijn jaszak thuis zou komen, die ik dan vond. Gadegadegat! Dit is gelukkig nooit gebeurd. In de buses vond ik alleen snoeppapiertjes, schelpjes of takjes.

Wanneer ik zwerfvuil zie pak ik het meestal op. De omgeving rondom Hooltpae is best netjes en schoon. Tijdens een rondje door het Scheenebos (3.7 km) had ik één hondenpoepzakje vol. Lijkt veel hieronder maar het is echt weinig als je het hondenzakje ziet.


Dat zakje zat nog ergens verstopt in mijn jas. Reuze handig voor ‘papiertjes zoeken’.


Wanneer we allemaal ons eigen rotzooi opruimen en het van een ander ook oprapen blijft de omgeving zwerfafval-vrij. Wel zo netjes.

Ondertussen in het vogelhuisje
Een drama vandaag, de piekjes leefden om 11:00 uur nog, 1 eitje moest nog uitkomen. Om 13:00 nestje op het ei na leeg! Piekjes zijn vast dood gegaan en door ouders uit het nest gehaald.


Zo jammer dit! Hoewel pa en ma mees af en aan vlogen hebben we het idee dat de piekjes te weinig eten kregen. Of misschien wel gif? We weten het niet.


Fluitenkruidbermen geven me echt een voorjaarsgevoel.

Take care, kalm an
en lieve groet uit Hooltpae.

motorbeurs

Gisteren gingen Jan en ik vanuit Steenwijk naar Utrecht Centraal om de motorbeurs te bezoeken. Het was erg druk in de trein. In Zwolle konden we naast elkaar zitten. En ja, ik zit toch liever tegen Jan aan dan tegen een andere motorrijder. Ik vind het lastig om, in een overvolle trein, ‘tegen’ een vreemde aan te moeten zitten. Tja, ik hecht blijkbaar veel waarde aan mijn eigen aura, om zo maar te zeggen.

We zaten in een ‘praat’ coupé, tjonge wat een kippenhok. Schuin achter mij een stel meisjes. Ik dacht dat het er minstens vier waren, maar toen ik om keek bleken het er maar twee. Zo kletsend, zo druk! Maar overal om me heen waren de mensen enthousiast kleppend de reistijd aan het doden.

Mijn filter doet het regelmatig niet goed, gevolg is dat ik alles van iedereen hoor. Zo lastig! Ik wordt er bekaf van. Een ieder die dit ook heeft snapt het gevoel en degene die dit niet kennen zullen het nooit snappen.


Anyhow: De motorbeurs was groot & druk. Gelukkig had ik mijn affaseerschoenen aan. Mijn moeder noemde haar schoenen zo als ze er goed én vooral ook snel op kon lopen.


Een ieder die me kent weet dat ik altijd jurken en rokken draag, ik héb niet eens een broek. Maar tegenwoordig passen affeseerschoenen (sneakers) ook prima onder jurkjes. Voordeel: geen pijnlijke voeten of benen na een dagje beursen.

Op de beurs hebben we een bakkie gedaan met Chris, een sympathieke motorrijder die we kennen van de Ducati Olanda Club. Ook hebben we kennis gemaakt met Judith en Etienne van Motovacances Chamauche. In mei gaan we bij hun logeren.

Na zo’n dagje beurs was het lekker eten bij Speys. En weer door… op naar station.
De trein die we wilde nemen reed niet. Er waren door storing behoorlijk wat treinen richting noorden uitgevallen.


Gelukkig reden de treinen even later weer en konden we met de 18:48 mee richting noorden. Maar gevolg was wel dat het echt overvol in de trein was. Ik kon een plekje bemachtigen, Jan moest tot Zwolle staan.

Tijdens de terugreis, was het nog drukker in de trein dan de heenreis. Gelukkig zaten we in een stilte coupé, dat scheelt een stuk. Maar nu was er een kereltje die vanaf Utrecht tot Zwolle constant ‘mamma’ riep. Maar mamma was in gesprek met haar vriendin en liet het zoontje constant ‘mamma’ roepen. ‘mamma waarom…’ ‘mamma…’ ‘Mamma!’ etc. Mamma was blijkbaar immuun geworden voor de lokroep van zoon. Ik echter niet…


Ik las dapper door in mijn boek: Zeven Zussen Schaduw. Inmiddels was het contact tussen Flora en Aurelia verbroken op een vervelende manier, maar alle ‘mamma’s’ hoor ik wel… pff…
Ja, ook toen de koning dood ging… ‘MAMMA!’.

Let wel, herken je het, dan snap je het.
Doet je filter het wél goed dan hoor je dat dus niet. Dan kan je je afsluiten voor alle ruis waar je op dat moment niets mee hoeft.

Normaal heb ik meestal een breiwerkje bij me. Deze keer mijn ereader.
Tijdens mijn laatste lange autorit had ik wel een breiwerkje bij me, maar geen steek gebreid. Ik kijk dan toch liever naar buiten en bedenk me dat ik thuis wel weer kan breien. Zo gaat dat ook wel met treinen bij daglicht. Het breiwerkje ‘on the go’ moet ook wel easy zijn anders werkt het sowieso niet ‘on the go’.


Mijn lopend werkje zijn deze donkerblauwe tweedsokken voor Jan. Het donkerblauw breit lastig voor een mens met presbyopie ofwel ouderdomsverziendheid. Mét bril en overdag gaat het nog wel, ’s avonds niet.

Ik heb een daglichtlamp maar die is zo fel dat dit een heel ongezellig licht verspreid, zo in de avonduren! Net alsof je in een goedkope eettent in Turkije zit! Niet dat ik ooit daar heb gezeten.

En om nu mijn deken als werkje mee te nemen in de trein… Dan sjouw je daar ook de hele dag mee rond. Nee, de ereader was prima.


Vandaag weer een dagje dagelijkse routine.


Aandacht voor de beestjes die hier wonen, rondje bos, een wasje draaien en een blogje schrijven. Fijn!


Ze zitten heerlijk trouwens, de sokken die ik door de hoeveelheid foutjes liever niet weg wilde geven…


Fijn weekend verder en ‘kalm an!’