breien met compassie

Hier een beginnetje van een sok.

Hier iets meer toeren, het hoekje om.


En nadat ze beide af waren zijn mochten de sokken in het ruime sop om daarna blockend te drogen.

Het eerste paar sokken van 2021. Ik gebruikte het reliëfpatroontje al eens voor een paar sokken voor Janlief. Soxxlook no.5, een boek van Kristin Balke. Eén toer recht, één toer twee recht-twee averecht. Mooi strechy en leuk te breien. Garen Cocktail van Beijer. Nld 2.25 mm. Heel, heel, heel toevallig zijn de hakken hetzelfde geworden: Yess!


Ik had dit paar in 9 dagen klaar. Dat kwam omdat ik alle lopende werkjes even te rusten had gelegd. Dit was een speciaal paar. 

Wat was nou het geval: Een dorpsgenoot kan niet meer goed breien vanwege pijnlijke handen. Zo verdrietig. Haar voorraad was bestemd voor een mooi beddensprei. Beseffend dat dat er niet meer in zat appte ze mij of ik het garen wilde hebben. Zo lief dat ze aan mij dacht.


De tegenprestatie: een paar sokken voor haar man. Een goede deal!


In het boek ‘De kracht van breien’ beschreef Loretta Napoleoni een mevrouw uit Toronto, die kleertjes breide voor premature babytjes in het ziekenhuis. Ook voor de kindjes die nooit naar huis zullen komen. Zo ontroerend. Zij, een anonieme breier, die met compassie voor het geluk én verdriet van een ander kleertjes maakt is bijzonder, troostend en helpend.


Jaren terug breide ik een paar sokjes voor een pasgeboren en gezond baby’tje. Wie kon bedenken dat dit kindje een aantal maanden later zou komen te overlijden. Wat een drama, wat een verdriet! Na de begrafenis vertelde de moeder mij dat ze de sokjes, door mij gebreid, het kindje had aangedaan. Heftig en toch zo bijzonder.


In 2017 liep ik stage in het ziekenhuis. Ik werd, als ervaringsdeskundige i.o., geroepen bij een mevrouw op de afdeling PAAZ. Er was intens verdriet en mevrouw lag te huilen. Bijna niet te doorbreken. Na een tijdje stilletjes naast haar bed te hebben gezeten begon ik over de mooie kleurrijke plaid op haar bed. Het bleek een opening tot gesprek en ze vertelde dat ze die had gekregen van een groep haaksters ergens in de polder. Het maakte haar ziekenhuisbed meteen een stuk vrolijker en gezelliger. (Foto: zo kleurrijk kan een plaid zijn patroon: Lossen & vasten Cal ’16)


Drie dingen, los van elkaar, maakten dat ik bewust werd van de kracht van breien/haken. De liefde die de maakster in het werkje achterlaat. Met aandacht en compassie gebreid maakt het project bijzonder. Je voelt het!


Dit gekregen garen wil ik niet gewoonweg in een project voor mezelf verwerken. De drie hierboven genoemde voorbeelden zette me aan het denken.

Ik was wel bekend met de ‘Droomdekentjes’ of ‘Little quilts of love’. Mooie quiltjes van ongeveer 60 x 60 voor overleden babytjes. De ‘Little quilts of love’ vinden hun oorsprong in Australië en vervolgens is dit idee over de hele wereld gewaaid. Het quiltje is bedoeld als een blijk van medeleven voor de ouders. Ouders die een verdrietig en moeilijke periode doormaken. Hieronder de Facebookgroup van Zuid-Afrika.



Ik ging zoeken op internet, ik kan niet quilten en bovendien heb geen lapjes gekregen maar garen.

Ik kwam al snel op de site Troostdekentje. Hier haken of breien ze belangeloos dekentjes voor kinderen die extra zorg of troost nodig hebben. Kinderen die in hun jonge leventje vaak in het ziekenhuis moeten verblijven, een handicap hebben, prematuur geboren of psychische problemen hebben.


Wat werd ik blij van het feit dat het voorgestelde garen in deze groep, nu precies het garen is van deze bollen! Ik ben al een tijdje fan van dit garen, Zeeman Royal. Ik heb er al 5 dekens/dekentjes mee gebreid. (Zie foto’s)

Ik meldde me aan bij de Facebookgroup van de Troostdekentjes. De groep ‘Friesland, Groningen, Limburg en Noord-Holland’. Josee, de beheerster, gaf me een warm welkom in de groep. Nu de sokken klaar zijn, kan ik beginnen met mijn eerste Troostdekentje. 


Wordt vervolgd!

NB: Voor een Troostdekentje wordt ‘granny square’ haken afgeraden want hier kan het infuus of vingertjes in vast komen te zitten. 

Afgelopen zondag, nog net een beetje wittig in het bos.


Kalm an! En blijf vooral de dingen doen waar je blij van wordt.
Lieve groet uit Olpae!

 

achteruit breien

Deze blog borduurt breit verder op de blog van 29 december, hierin had ik het over breien met compassie.


Sarah zei in haar laatste vlog (IGTV): ‘Ik heb al aardig wat sokken gebreid, ik durf best te zeggen dat ik het aardig kan inmiddels. En toch moest ik de teen twee keer breien (laatste project, red.). Tijdens het breien gaat er soms in mijn brein iets mis en dan vind ik het veel makkelijker om de boel, rats, uit te trekken en opnieuw te breien. Volgens mij hoort dat bij handwerken, dingen opnieuw breien. Op sommige dagen brei ik evenveel achteruit als vooruit.’


Precies! Voor mij geldt dat ook, altijd fijn die herkenning! Inmiddels heb ik ook heel wat sokken van de pennen laten glijden en nog moet ook ik wel eens opnieuw beginnen of achteruit breien. Na paar 155 zou ik nog even een paar sokken voor dochterlief breien. Met dat nog even ging het al mis. Bij breien moet je nooit de turbo aan willen zetten. Überhaupt moet je nooit de turbo aan willen zetten wat je ook doet behalve als je wilt hardlopen.

Wanneer ik snel even brei ga ik broddelen en is mijn breiwerk niet mooi egaal. Dat ligt niet aan het snelle breien maar aan de aandacht die ik dan geef aan mijn breiwerk. Ofwel het gebrek aan aandacht dus. Breien behoeft namelijk ook gewoon wat brein-aandacht.

Zie het als fietsen. Je kunt fietsen, dus stap je op en gaat fietsen. Je brein weet dat je fietst. Je benen doen hun werk, je behoud je evenwicht en je kunt van je omgeving genieten. Je kunt zelfs een gesprekje voeren met degene die naast je fietst. Toch blijft je doorfietsen omdat je brein weet dat je ondertussen fietst.


Ik gaf hierboven het voorbeeld van fietsen maar ik denk dat het nog beter uit te leggen is met voeden van babytjes. Wanneer ik mijn kinderen borstvoeding gaf en ik teveel opging in het gesprek wat ik ondertussen voerde, dan begon m’n zoon/dochter te brullen, want melktoevoer stagneerde dan. Met herstelde brein-aandacht en een aai over het bolletje kon kindje weer drinken en moeders weer kletsen.

Breien behoeft ook die aandacht. Het brein weet dat je breit en ondertussen kun je best praten of een podcast volgen. Maar er moet een seintje zijn: Ik brei, ik brei met aandacht! Mijn breiwerk begint helaas niet krijsen bij verslappen van mijn aandacht en dus kan het dan ook best lang duren dat ik de des-aandacht bemerk. En vervolgens weer eens achteruit moet breien. Het hoort er gewoon bij.

Anyhow: Hier dus de keyword: ‘even snel’. Wanneer ik snel, snel iets wil maken, dan is het vragen om moeilijkheden puur door een te min aan echte aandacht voor mijn werkje. In dit geval: mijn breiwerk werd niet mooi gelijkmatig. Hieronder op de foto goed te zien. Brieke (Stellingwarfs voor: niet zoals het betaamt, fout, mis) breisteken.


Ik had nog steeds even snel, in het hoofd. Ik zou de sok gewoon blocken en dan werd het breisel vast regelmatiger en het dus zou het wel goed komen. Inmiddels bij de hak, ook broddelwerk, foutjes die ik probeer te verdoezelen.


Pas wanneer ik me bewust word van dat even snel begin ik te zuchten, want het enige juiste wat ik kan doen is afhalen, alles afhalen en opnieuw beginnen met wel de juiste aandacht voor dit breiwerk.


En ik was al halverwege de voet!! Zie bovenste foto. Waarom ben ik geen ezeltje? (Garen: Twin soxx, Lang yarns)


Het zijn grijze, koude dagen en het is nat in het bos. Toch vind ik dit heerlijk weer.


O, wat heb ik toch een hekel aan die hete zomerdagen van 30+! Ik heb het al eens genoemd maar het zit me blijkbaar zo hoog. Ik heb een donkerbruin vermoeden* dat de zomers alleen maar heter zullen worden. Dan stel ik manlief voor om te over-zomeren in Noorwegen.

Wanneer het buiten donker is, doe ik binnen de lichtjes aan. En één van die lichtjes: kijk nou, daar wordt je toch blij van!


Deze toffe-theepot-lamp komt van Ellen van Gekkleurd. Van theepotten van de kringloop maakt ze deze leuke lampjes.


Ik krijg het idee dat de wereld in brand staat. Coronavirus legt, naast gevaar voor gezondheid, de maatschappij gedeeltelijk plat. Dit heeft voor veel mensen grote gevolgen. En dat is nog maar een klein deel van de problematiek qua Cornona. Wereldwijd is dit een serieus probleem natuurlijk. Het is een dik jaar geleden dat Covid 19 uitbrak, wie had kunnen denken dat we er nog steeds middenin zitten en het eind gewoon nog niet in zicht is.

En dan de gebeurtenissen in Washington in het parlement. Het laat zien dat groepen mensen die ontevreden zijn over het beleid heel makkelijk op te ruien zijn. Dat kan natuurlijk ook zo in Nederland gebeuren aldus Caspar van den Berg. (L.C. 8-9)
Het laat ook zien dat de geschiedenis van de mensheid zich altijd weer herhaald.


* de uitdrukking ‘donkerbruin vermoeden’ gaat over iets negatiefs. Bruin betekend hier niet de ‘kleur’ maar ‘zorgwekkend’. In zeemanstaal is bruin weer ‘ruw of onstuimig’. Vermoedelijk kreeg ‘bruin’ vandaar de betekenis zorgwekkend: ruw weer kon immers vervelende gevolgen hebben.

Be safe, take care en kalm an! En blijf vooral de dingen doen waar je blij van wordt.
Lieve groet uit Olpae!

alle goeds voor 2021

Soms hebben we de mist nodig 
om onszelf eraan te herinneren 
dat het leven niet zwart-wit is.

tekst: Johnatan Lockwood Huie
foto: Ten oosten van Scheenebos, Oldeholtpade.

Be safe, take care en kalm an!
En blijf vooral dingen doen waar je blij van wordt.

 

zelf gemaakt

Everything you make, that’s make out of you energy, is partially made out of you. It’s made out of whatever experiences you’ve had. So you can knit little booties and they can be you rage out of your body by creating something and putting it in a safe place outside of yourself where maybe it could even do somebody some good. (Amelia Nagoski, auteur)

Grote woorden van Nagoski. Maar wel zo waar. 

Zeer vrij vertaald: Alles wat je maakt, dat is gemaakt met jou energie en liefde erin. Gemaakt door middel van alle ervaringen die je hebt meegemaakt. Met andere woorden: je kunt kleine sokjes breien, creëren en weggeven waarmee je voor iemand anders iets goeds kan doen door wat je in het project hebt gestopt.


Als ik denk aan ‘zingeving’, wat dit voor mij betekent, dan denk ik vooral aan ‘mooie dingen maken’. Ik maak een project vaak vanuit een patroon of geïnspireerd door plaatjes en ideeën van anderen. En dat is prima. Alles wat uit positiviteit voortkomt is juist, lijkt me.

‘Nuttig bezig zijn’ zit in mijn genen. Wanneer ik passief naar het kastje (tv) kijk dan geeft me dat geen voldoening. Iets maken geeft me dat wel. Toch is ‘kastje-kijken’ niet verkeerd, begrijp me goed. Ik kan me best verliezen in een mooi programma maar voor mij niet avond aan avond. En helemaal niet binge-watchen van series. Maar ieder zijn ding, toch? Misschien heb ik de juiste serie nog niet gevonden op Netflix? 


Creatief bezig zijn is voor mij dus in zekere zin ‘zingeving’ met daaraan gekoppeld ‘het nuttig bezig’. Laat mij maar ‘nuttige mooie dingen maken’.

Ik prijs mezelf gelukkig dat ik vroeger heb leren handwerken. En zo blij ook dat ik er net zoveel voldoening uit kan halen als mijn oma’s, moeder en zus. Maar ook het kunnen delen van deze passie is zo waardevol.

Foto hieronder: Zus, moeder en ik bezochten de tentoonstelling Breien! in het Fries museum. (2015 onze moeder is in middels uit de tijd).


Handwerken is een rode draad in mijn leven. Het is mijn ‘way of life’. Sinds ik heb leren werken met draad en naalden kon ik niet anders meer. Truien breien, beestjes haken maar ook borduren. 

Altijd bezig. Altijd zoekende naar mooie patronen. Vele projecten waarvan ik droom, om die nog eens te maken.

Never give up on a dream because of the time it will take to accomplish it. The time pass anyway. (Earl Nightingal)

Je moet altijd dromen houden. Wanneer je geen dromen meer hebt heb je eigenlijk ook geen toekomst meer. Dat zei mijn broer, toen mijn vader op het eind van zijn levensweg was. Blijf dromen.

Mijn vader, ook altijd dromend van mooie dingen maken. Altijd! 
Niet met garen maar met hout. Vaak afvalhout. Hieronder maakte hij een prieel in de Sickenga’s-bos in Wolvega. Eén van de dromen die hij nog wel kon verwezenlijken.


Het handwerken zit in mijn genen. Het maakt dat ik met twee benen op de grond blijf staan. Aarden zoals dat heet. Handen die bezig zijn en maken dat ik niet afdwaal in gedachtes die nergens toe leiden.

In mooie maar ook in moeilijke momenten was handwerken mijn lifeline. Hieronder een paar voorbeelden hoe dat voor mij geldt.

Toen ik net in verwachting was van onze zoon rende ik naar de handwerkwinkel om rood garen voor een gerstekorrel-truitje. Dat had ik al jaren in het hoofd. Toen ons dochtertje in het ziekenhuis kwam, rende ik naar de handwerkwinkel om garen te kopen voor een vestje voor Jildou, om zittend aan haar bedje te breien. Later, toen ons huwelijk op de klippen liep, rende ik naar de handwerkwinkel om garen, veel garen te kopen om een warme deken te haken.

Maar toen ik voor de twee keer in het bootje klom, rende ik natuurlijk weer naar de handwerkwinkel, nu om het mooiste lacegaren te kopen wat er was om een Weddingringshawl te breien.


Bijzonder toch. 


Be safe, take care en kalm an!
En blijf vooral dingen doen waar je blij van wordt.



 

 

houtje-touwtje

Ik vind mezelf een houtje-touwtje-handwerkster. Ik kan me best redden maar mijn handwerk-skills zijn niet top.


Wanneer je in je leven al je vrije tijd aan één techniek zou besteden dan is het logisch dat je je dan gigantisch kunt ontwikkelen in de ene techniek. Iemand die heel veel quilt kan zich daarin piraminaal in bekwamen. Ik doe van alles: Haken, breien, borduren en zo nu en dan met lapjes spelen. Ik zit in team ‘gewoon-van-alles-een-beetje’. Misschien zijn deze voorgaande zinnen wel getypt om mezelf in te dekken.


Het geeft helemaal niet wanneer je niet een hoogvlieger bent, maar ik wil me ook niet scharen onder de laagvliegers. Ik hang ergens in het midden. Tja, dat mag ook wel na 42 jaar oefenen op mijn handwerk-skills.

En wéér kom ik dan uit bij de tekst uit Baltimore: ‘Wanneer je je met anderen vergelijkt, zou je ijdel en verbitterd kunnen worden, want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan je zelf bent’. En zo is het. 

Anyhow, ik hou het qua breien vaak bij de dingen die ik al kan. Ik borduur brei hier dan wel op voort. Een ander boordje of patroontje in de sok. Een sjaal met in lace patroon maar dan wel één met de teruggaande toeren in averecht.


Bij een gehaakte deken speel ik dan wel met kleur op mijn eigen wijze. Zo dus wat.

Extreem knitting niet voor mij, ik ga voor de veilige weg. Och soms probeer ik dus wel wat uit en leer ik ook wel weer iets nieuws. Natuurlijk. Maar toch, als ik heel eerlijk ben, ben ik gewoon een houtje-touwtje-handwerkster. En dat…is prima!


Be safe, take care en kalm an! Met een lieve groet uit Olpae.

Als laatste: ‘If you happy and you know it just say WOEH!’ 

 

soep met kerstballen

Nadat ik twee kerstballen in de grote boom hier in het dorp had gehangen, kon ik het niet laten om er nog een paar te breien. Zo’n leuk werkje!


En hangen deze ballen nu in de voortuin.

Ik heb allerlei kleurtjes gebruikt want ik wilde me niet beperken tot de kerstkleuren groen/rood en wit.

Zo zou je ook paaseieren kunnen breien natuurlijk. Ik had het nog niet gedacht of ik kreeg een boekje van dochterlief: Arne en Carlos ‘Breien op hun paasbest’. Hoe leuk is dat! Nu hoeven mijn breipennen tenminste niet in het vet! 😉


De adventstijd gaat bij ons niet ongemerkt voorbij. Het stalletje staat klaar voor Jozef en Maria. Zij zijn met hun ezeltje op weg. Nu op de afzuigkap, elke week leggen ze weer een stukje van hun reis af.


Tot ze op 24 december in de stal aankomen en op 25 december Jezus wordt geboren. Ik ben ook jarig op Eerste Kerstdag. Wel bijzonder eigenlijk. Ik ben een kerstkind en dat staat gelijk aan een zondagskind, althans dat is mijn overtuiging.

Wanneer je op een rare dag jarig bent, is het vieren van je verjaardag een gedoe. Niemand kan wanneer jij dat graag zou willen. Ik ga die uitdaging dan ook niet meer aan.

Onze ouders hadden vroeger een poelierderij. Ik hielp toen ook wel mee in de winkel. Voor de Kerst was het altijd heel druk, we werkten hard maar hadden ook veel lol.


Waar ik me over verbaasde, jaar in jaar uit weer, waren de gestreste klanten die enorme hoeveelheden eten insloegen. Alles moest veel én perfect. Nu nog. Dat zie je ook terug in de media en lijkt met het jaar erger te worden.

Als ik die poppenkast rond de feestdagen zie, dan moet ik denken aan mensen met verdriet, ziekte of ander leed. Ook aan de derde wereld. Mensen die niets hebben, zelfs geen toekomstperspectief.
‘We have just one world but we live in different ones.’

Ik ben dan wel een kerstkind maar ik ben niet van de hele soesa rond Kerst. Ik bewandel, zeg maar, de gulden middenweg. En die houding deugd volgens Aristoteles.

Het idee om van Olpae een kerstdorp te maken vind ik dan wel weer prachtig, dus hangen de gebreide ballen in de boom. En branden er buiten lichtjes bij ons.

Geen boom in huis maar wel het stalletje.
De doos met kerstmeuk blijft lekker op zolder staan maar de krans hangt wel op de deur.
Geen Skyradio met kerstliedjes maar wel NPO radio 2.
Geen adventskalender unboxen maar wel de foto-challange van #Makersdecember (hierover vorig blogje).
Wel kaarten versturen maar hier géén Prettige Feestdagen op zetten.

Gelukkig is Janlief ook niet van het kerstgedoe, dus we eten lekker boerenkool of zo. Jan mag aan de klus.


En ik mag aan de brei! Heerlijk toch!


Hieronder onze bejaarde beestjes. Chiqo valt wat vaker om en slaapt meer. Guusje haar toestand is zorgwekkender. Ze valt af, gaat niet meer op’e strún buiten en ze eet slecht. De dierenarts deelt onze zorgen. We zijn nu in afwachting van de bloeduitslag.


Be safe, take care en kalm an! Met een lieve groet uit Olpae.

glittertjes

Nog één keer Huisbeerend in de hoofdrol. Hij laat zien hoe sterk hij wel niet is door mijn breinaalden vast te houden. Beerend heb ik gevonden in de kringloop. Het is een beer met een rugzakje (traumatisch verleden). Ooit was hij circusbeer en nu een gewone bruine huisbeer en het gaat nu gelukkig goed met hem.

Anyhow afgelopen week heb ik glittersokjes gebreid. Ik werd er zelf blij van, breien met dit poederroze garen vol glintering. Tess, onze kleindochter, houdt wel van bling-bling. Dus toen ik dit bolletje zag wist ik meteen dat ik daar een paar sokjes voor haar van ging breien.

Het is moeilijk om alle glitter op een foto vast te leggen.


Work in progress.


 De foto hierboven zit standaard in mijn agenda.

Jildou en Tess: door de relatie van Jan en mij met elkaar verbonden. (Schier 2015)
Jildou is mijn dochter en Tess Jan zijn kleindochter om duidelijk te zijn.

En zo is het maar net! ->

Hierboven het eindresultaat.

 Sokjes zijn maat 32, het garen is Party van de Zeeman: 91%  acryl /9% metaalgaren. Naalden 3 mm.

De tijd gaat zo snel voorbij.

Onze lieve kleindochter is alweer acht jaar. Volgens haarzelf is ze bijna negen.

En gelijk heeft ze, in maart wordt ze negen.

Het voelt als gisteren dat ze op mijn schoot in slaap viel.


Een stoere meid en dat is ze!


Hier vliegen de zwammen de grond uit zoals alleen paddestoelen dat kunnen.

Be save en kalm an!

harig

Onze harige vriend is jarig. Hij is 16 jaar geworden. Een hele leeftijd en still alive and kicking. Chiqo, onze Stabij-na, kruising Friese Stabij en Wetterhoun.


Eind 2014 kwam zijn mandje bij mij staan, dus al bijna 6 jaar. We zijn dikke vriendjes geworden en gaan samen nog dagelijks het bos door. Ik hoop dan ook dat we dat nog heel lang kunnen doen.

Een ieder die mijn blog volgt, weet misschien dat ik met een CAL meedoe. Een CAL staat voor Crochet-a-Long ofwel een samen haak project. Dit is de Scheepjes CAL 2020 waar ook een Read-a-Long aan gekoppeld is. De ontwerpster heeft zich namelijk laten inspireren door het boek Als je het licht niet kunt zien (All The Light We Cannot See) van Anthony Doerr. Prachtig boek trouwens. Hieronder de deken in vol ornaad. Hier meer info.


Ik merk dat ik vaak voor het vertrouwde ga. Sokken brei ik van boven naar beneden. Nog steeds! Ooit een paar keer vanaf de teen geprobeerd. Het voelt niet vertrouwd. Dus ging ik weer terug naar cuff-down.

Deze CAL is een hele uitdaging. Maar hé, die deken is toch prachtig! In 11 weken en 6 delen de plaid haken. De delen komen online en wordt naast het ‘geschreven’ patroon ook uitgelegd met een youtube-filmpje.


Ik ben nu bij deel 2 en ben bij minuut 13:12 van het 2:14:54 durende filmpje. Esther doet alle steken geduldig en goed voor. Maar over een paar minuten film doe ik een uur. Echt waar. Zie hieronder, voor mijn gevoel nèt niet netjes genoeg. Het begin van het bijtje in de deken.


Dus toch maar weer afhalen. Het lukt meestal pas na een paar keer oefenen. Herhalingen die gehaakt worden in de toer, moet ik ook steeds terugzien in het filmpje. Na twee moeilijke steken zijn het aantal gewone steken ook weg uit mijn geheugen. Mijn korte termijn sucks, da’s duidelijk.


Ik weet zeker dat ik dit tempo niet vol kan houden. Ik doe gewoon tè lang over de toeren.

Al eerder zei ik, dat ik me verbaas dat medehaaksters het patroondeel al af hebben op dag dat het online komt. Iedereen zal zeggen: dat je daar niet naar moet kijken. Nee, natuurlijk niet… (maar toch). Het is wel een heel groot contrast met mijn vorderingen. Deze CAL kost me wel heel veel concentratie.


Ik was al naar boven gelopen om te kijken of er nog een potje ‘concentratie’ in de Scheepjesdoos zat, misschien had ik die over het hoofd gezien bij unboxing. Maar nee, geen potje ‘concentratie’. Een flesje ‘tijd’ evenmin, maar daar heb ik nog een halfvolle fles van staan, dus dat scheelt.

Het hele project gaat me een beetje op mijn nek zitten. Irritatie dat ik er zo lang over doe, door het gebrek aan gerichte aandacht. Ik haak gewoon te weinig en modder te veel aan.

Het is goed om zo nu en dan eens even flink uit je comfort zone te gaan. Daar wordt niemand minder van. Maar het moet wel haalbaar zijn. Ik bewaar het pakket, denk ik, om het op het later tijdstip weer op te pakken. De druk die ik nu ervaar is niet de bedoeling. Niet nodig ook. Het wil gewoon even niet nu.

Maar als ik nu al afhaak voelt dat ook niet goed. Een mens groeit van successen terwijl mislukkingen juist ongelukkig voelen.
Nu verkeer ik dus in een soort van impasse. Doorgaan of stoppen.
En dat, dat voelt óók weer niet goed. Zucht.

Dus jongens (m/v) van team Herbarium: ik stop voor nu even… denk ik…


‘And when life became too frenzied, she took up het knitting and breathed a while to the rhythm of the stitches and rows until her smile returned and her mind was calm.

En zo pakte ik mijn sokprojectje weer op. Cuff-down dat wel.


Stay safe and kalm aan!

ratjetoe

Deze blogpost begin ik met een up-date van de
Scheepjes crochet-a-long & read-a-long (hier eerder blogje).


Mijn proeflapje: in het patroon stond haaknaald 5 maar dat werd bij mij te groot. Nu gebruik ik haaknaald 4 mm.


Deel twee kwam woensdag online. Ik was tot gisteren nog bezig met deel één. Dat gaf wel enige onrust bij me, bij deel 1 al achterop raken.

Ik heb wat meer tijd nodig om mij dingen eigen te maken. Wanneer ik anderen, in de dag van online komen, al hun nieuwe vorderingen laten zien (op facebook) dan denk ik: ‘Hoe dan?’. Er zijn dames (m/v) die gewoon meerdere dekens maken. Ik denk dat die mensen stiekem 60 uur in één dag hebben. Ik heb er maar 24, zie!


Het is voor mij een heel gepruts hele uitdaging. Gelukkig is Esther daar! In een you-tube filmpje doe ze alle steken voor. Ik kan het 10 x op herhaling zetten en nog spreekt Esther mij geduldig toen. Heel fijn! Haar rustgevende stem voorkomt dat ik mijn deken-in-wording door de kamer gooi.


Het lapje, het beginnetje is niet perfect. Maar het mag zo wel. Ik ben benieuwd hoe de CAL verder zal gaan. Het boek van Anthony Doerr, waarop de deken geïnspireerd is, is zo mooi, prachtige zinnen en een mooi verhaal.

Gisteren vond ik een grote dikke envelop op de deurmat. Uit Raalte, van A. Inhoud: restjes sokkengaren voor mijn afvaldeken! Keiblij mee, zo lief, zo attent!


Ik schreef onlangs dat ik met een sokkengarendeken bezig ben: de afvaldeken. Voor elke ons die ik afval mag ik een lapje breien. Afgelopen maandag was ik 2 ons áángekomen: snik & snotter! (Nee, géén Corona, puur verdriet). Deze week mag ik dus de draadjes afhechten en dat taakje moet ik nog doen, zoals te zien.


In het notitieboekje zet ik de weeg-momenten en houd ik bij hoeveel lapjes ik mag breien. Of in deze week: draadjes afhechten.

Even wat anders: Diederik Jekel, wetenschapsjournalist, was in de media.  Ik parafraseer enkele delen van zijn verhaal. Zo vertelde Jekel over de chaos van 2020. De zekerheden vallen weg en we raken de grip kwijt.

Nu kunnen we ineens veel dingen wel anders doen, als we het móeten. Dus ineens kunnen mensen wél thuiswerken bijvoorbeeld. Maar wat je ziet in deze Corona-tijd is dat mensen duidelijkheid willen, heel graag één regel willen hebben en als je je daar dan niet aan houdt dan ga je dood. Zwart-wit.

 (foto Jan-lief tijdens onze reis in de Drôme)
Mondmaskers: ze zijn perfect of ze zijn levensgevaarlijk. Afstand werkt wel of afstand werkt niet. Maar hé, het is nu eenmaal niet zwart-wit. Het zit hem in de grijstinten. That’s life.

De regels: mondkapjes, afstand, handen desinfecteren, geen onnodige verplaatsingen etc. geven in Nederland de nodige discussie. Best raar vind ik.

Wanneer we al die corona-regels vergelijken met ‘fietsen’, geeft dat een beter licht op de regels. Op het moment dat jij fietsverlichting hebt zegt dat niet dat je onoverwinnelijk bent. En wanneer je geen fietsverlichting hebt dat je gegarandeerd dood gereden wordt. Het is de combinatie: én verlichting, én de automobilist die niet dronken is, én de straatverlichting brand, én dat er iemand is die de verkeersborden zo nu en dan schoonmaakt. Al die dingen samen zorgen ervoor dat je veilig fietsen kan.

Alle regels nù zijn er omdat we gewoon niet anders kunnen. Einde discussie. Als we er nù voor zorgen dat we dus, als mens, zo min mogelijk andere mensen ontmoeten opdat besmettingen minder kans hebben.

We zijn sociale wezens dus willen we dat eigenlijk niet, mondkapjes, afstand en elkaar niet ontmoeten. Maar als we dit nu eens een paar weken, misschien maanden, volhouden kunnen we daarna weer wat gewoner leven.
Hiermee poets ik niet mijn zorgen over de mensheid, maatschappij en sectoren die omvallen weg.

We moeten ermee dealen, het is niet anders.

Ik eindig deze post met een foto van onze Guusje, ze kan zo gezellig naast me liggen op de bank. Zo waardevol! Zo lief! Heerlijk om zo’n beestje om je heen te hebben. Het heeft zo moeten zijn denk ik wel eens. #zwervertje


Be save en kalm an!

levenskunst

In deze blog niet veel breinieuws. Maar hieronder wel een foto van mijn drie lopende werkjes: de Drops-sjaal, sokken met het caffienevrije koffieboontje én de poezensokken. Alles vordert gestaag.


Nu het zo warm is zitten Chiqo, Guusje en ik overdag veel binnen. We hebben de luxe dat we in de woonkamer een airco hebben staan en een hondenkoelmat waar gelukkig ook poezen op mogen.


Op zulke dagen vind ik het fijn als de zon onder gaat en de aarde weer enigszins wat kan afkoelen.


Maar waar ik het over wil hebben is de levenskunst in het boek “De kunst van het ongelukkig zijn”.
Dirk de Wachter, psychiater, neemt ons mee in zijn zoektocht naar geluk.


De ene mens heeft genetisch nou eenmaal meer potentieel om zich gelukkig te voelen dan de ander. We weten ook dat het geluksgevoel an sich een biologisch proces is. Maar, ik citeer:

“Als gelukkig zijn het dóel is in het leven, is ongeluk een hinderlijk en ongewenst obstakel. Als het op ons pad komt, willen we het verdriet wegmoffelen, wegdenken zelfs: het hoort er niet te zijn. Pech lijkt in deze meritocratische wereld (net als geluk) je eigen schuld….. De leukigheidscultuur heeft als norm: iedereen succesvol, slim, jong, mooi, onvermoeibaar. Als we niet aan de norm voldoen, laten we dat liever niet zien. We durven er niet over te spreken, en daarin schuilt een groot gevaar.

Als we het kleine ongeluk niet aanvaarden als normaal, wordt het groot en onoverkomelijk. ‘leuk’ keert op den duur als een boemerang terug in je gezicht.
De kunst van het leven is volgens mij accepteren van lastigheden en tekortkomingen die bij het leven horen en ze delen met anderen. Als je dat doet, zal verdriet, groot en klein draaglijker worden.” pagina 26

Zo beschrijft De Wachter in prachtige volzinnen zijn kijk op het leven.
“Streven naar geluk als levensdoel is een vergissing. Streven naar zin en betekenis daarentegen is waar het leven om draait.” Ja precies, denk ik dan.

Eén zin, zo waar in mijn ogen:
“Als je toch gelukkig bent (en dat wens ik je toe!), probeer dan eens iets te doen voor een ander. Probeer zorgzaam te leven in functie van het geluk van een ander. Het zal je gelukkig maken.”


Het thema spreekt me aan. Ik denk dat we in een rare tijd leven. De verschillende leefomstandigheden onder de mensheid, over de hele wereld is nog nooit zo groot geweest. Wanneer je zo om je heen kijkt, dan kan je niet om grote levensvragen heen.
Ik denk dat in vroegere tijden men het leven misschien meer nam zoals het kwam, het leven was zwaar, lastig en kort maar hé, we zijn hier maar even en dan wacht ons de hemel. Dus doe in dit leven maar wel je best zodat je in de hemel komt alwaar het grote eeuwige gelukkig-zijn begint.
Natuurlijk voor veel mensen is er nu ook wel een hemel. Voor mij? Ik weet het niet, het zou mooi zijn.


Toch nog even naar het boek. 
Tot slot nóg twee zinnen van De Wachter:
” Je moet het geluk niet willen meten, wees er maar gelukkig mee. Een tevreden leven leiden is al heel wat.” 
” Het is de ethische plicht van de gelukkige mens, die uit een warm nest komt en graag wordt gezien en het goed heeft, om de lastigheid van de wereld te zien en er iets mee te doen.”

Take care en kalm an!
(in deze blog is er een verschil in lettergrote, was niet de bedoeling.)

Vorige Oudere items